69 Handelsschool

> Categorie: KONINKRIJK KONKELFOES Gepubliceerd: zaterdag 20 augustus 2011

Top stond bij zijn vijver. De ooievaar bewaakte er nog steeds de groene kikkers van Diepenveen. Het viel hem in dat die gevleugelde geluksbrenger niet enkel Diepenveen geluk gebracht had, maar feitelijk ook hem individueel. Hij was immers in negentien veertig, begin september, voor het eerst in de ‘Ooievaarstraat’ in Deventer geweest en er daarna dagelijks, behalve in de schoolvakanties en op zon- en feestdagen, heen gefietst.

Hij keek naar de ooievaar met zijn gekromde hals, alsof het dier de kikkers in de ‘poel’ in de gaten hield. De kikkers moesten zich wel bewaakt voelen, zoals hij zich gecontroleerd geweten had op die kleine handelsschool. In gedachten zag hij zich de eerste keer fietsen, begin september negentien veertig: over de Zwolseweg, linksaf het Nieuwe Plantsoen in, rechtsaf de Middelweg door, langs Molenwijk, over de Schurenstraat. Daar stond in de Ooievaarstraat de school. Links ervan, aan de overkant van de straat, stond nog een gebouw. Hij vernam al gauw dat daar twee lagere scholen in gehuisvest waren: Prinses Julianaschool en Enkschool.

Hij begon op de Middelbare Handelsschool, haalde drie jaar later zijn einddiploma, wat hem meteen ook het Middenstandsdiploma opgeleverd had. Hij ging meteen door op de Hogere Handelsschool, waar hij met opzet in de eerste klas doubleerde, omdat hij bang was na een eindexamen opgeroepen te worden om in Duitsland dwangarbeid te verrichten of naar de ‘Arbeidsdienst’ te moeten. Daardoor liep hij het cadeautje van Koningin Wilhelmina in vijfenveertig, na de bevrijding, mis. Hij moest nog één jaar en hij ontving geen gratis getuigschrift HHS. In zesenveertig moest hij een zwaar eindexamen doen, waar hij met vlag en wimpel voor slaagde!

 

Aan die kleine school had hij prachtige herinneringen. De leerlingen kenden elkaar praktisch allemaal. De leraren kenden alle leerlingen. Wat wil je ook? Vijf leerjaren, vijf kleine klassen, dus nog geen honderdvijftig leerlingen in totaal! En dan die leraren. Neem nu Meneer Buter; die gaf Geschiedenis. Hij trakteerde op zijn verjaardag, maar wilde nooit vertellen hoe oud hij was. “Geschiedenis werkt met jaartallen! Ik ben geen Geschiedenis. Ik leef en ik weet niet hoe oud ik ben!” En dan Meneer W. Polman Tuyn. Die had een of meer boeken van Jacob van Lennep in verkorte uitgave uitgegeven om de saaie stukken te kunnen ‘elimineren’. “Ferdinand Huyck” had hij bewerkt.

Met hem had Top nog contact gehouden. Daar was hij blij om geweest. Meneer was namelijk getrouwd met de zuster van de beroemd geworden Han van Meegeren, die “De Emmaüsgangers” van Vermeer geschilderd had. Top had begrepen dat het schilderij dus geen vervalsing was! Het was een nieuw product, maar van een verkeerde naam voorzien. Natuurlijk was er fraude gepleegd, maar een vervalsing .. !? Top dacht er het zijne van! Hij had kennis mogen maken met de zuster van Han van Meegeren. Dat op zich was al een belevenis. Originele kunstwerken van haar broer hingen in haar flat! Dat was na het overlijden van Meneer.

En dan Meneer Straatman. De eerste keer dat hij in de klas kwam, zei hij met een duidelijk Nedersaksisch accent: “Ik ben Strrraatmann en ’n gooed leraer!” En dat was hij! Hij gaf staathuishoudkunde en bedrijfshuishoudkunde. Geen wonder dat Top na de HHS vlot allerlei diploma’s haalde: Praktijkdiploma Boekhouden, Middelbare Bedrijfsadministratie, Staats Praktijkdiploma I, Staats Praktijkdiploma II.

Na zijn schooltijd begon Top zijn loopbaan. Dat was bij “Noury en Van der Lande” aan het Emmaplein in Deventer, oorspronkelijk een ‘oliepel- en cementmolen’. Daar had hij carrière gemaakt.

 

Wij gebruiken één cookie, die essentieel is voor het functioneren van deze website. Lees meer: Privacy & cookies.

  Ik accepteer deze cookie.
EU Cookie Directive plugin by www.channeldigital.co.uk