53 Ark van Noach

> Categorie: KONINKRIJK KONKELFOES Gepubliceerd: donderdag 04 augustus 2011

Karel deed het van meet af heel goed op ‘Weltevree’. Hij had kijk op het boerenwerk en zette zijn werkideeën onmiddellijk om in daden. Dat was heel mooi, want midden juni was de hele milieuvriendelijke inrichting van de boerenwoning met landerijen voltooid. Er was hard gewerkt, ook door Tine, Top, Ineke en Jos. De laatste twee hadden vakantie van hun opleidingen en deden niets liever dan de handen uit de mouwen steken.

Op de ochtend van de eenentwintigste juni, donderdag, stond Top op de dijk bij de Kozakkenlinde over de uitgeleende landerijen uit te kijken. Het roodbonte vee graasde, groen gras groeide, schapen liepen op de zomerdijk langs de IJssel, rogge schoot op evenals haver. De eigen gashouder stak zilver boven de grond uit, de windmolen draaide in de heerlijke noordwesten wind, die buien voorspelde. De varkens lagen bij de poel. De boerenwoning lag als de Ark van Noach in de wereldzee. Dat was het beeld wat hij zag: hun redding uit de woeste wereld door deze ark! Dat beeld moest hij vasthouden. Hij hoopte dat deze reddingsboot niet stranden zou!

Plotseling voelde hij een hand op zijn schouder. Hij schrok op.

“Nieet schrikken, ik bin het”, zei een sonore stem. Top zag dat het Jan Kramer was, een oude schoolkameraad van de lagere school. Jan had zich als jongen al voor het onderwijs geïnteresseerd. Hij was bij het Buitengewoon Lager Onderwijs in Deventer terechtgekomen. Nog steeds werkte hij als lesgevende bij het onderwijs dat speciaal gericht was op kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden.

“Kan ik oe èven sprèken? Ik hebbe dinger oaver oe en oew vrouwe en kinder eheurd diee mien in mien onderwieskroame aerdig van pas komt”.

Ze gingen in het gras van de dijkglooiing zitten en Jan begon te vertellen: Hij wist, vraag niet hoe, dat Top een nieuw economisch en maatschappelijk idee ontwikkeld had: zichzelf bedruipen met zo weinig mogelijk hulp van buiten, dat hij gewoon zijn bezittingen voor gebruik uitgeleend had aan een paar boeren. Jan wist dat hij ene Karel aan het werk had, die nog geestelijke steun van de familie kreeg ook. Zijn plan, dat van Karel, sloot naadloos daar bij aan. Hij had wat leerlingen van vijftien jaar, die zijn school gingen verlaten en daarna aan de overheden overgeleverd waren, aan Sociale Zaken dus. Hij leverde ze liever uit aan de familie Meester. De meisjes en jongens konden boerenwerk wel aan, onder strenge leiding natuurlijk. Jos, de aanstaande onderwijzer zou hun les kunnen geven! Hij was immers volgend jaar volledig bevoegd onderwijzer. Ineke zou hun wat over land- en tuinbouw bij kunnen brengen; zij studeerde immers an Nieuw Rollecate in Deventer voor de Akte N XXI, de tuinbouwakte. Tine was bekend met een verstandelijk gehandicapte jongen, haar neef namelijk.

Top vroeg hoe Jan dat allemaal wist. Jan vertelde dat hij al jaren zocht naar mogelijkheden om zijn kinderen na de lagere school verantwoord de maatschappij in te sturen. Vandaar zijn grasduinen in de mogelijkheden. “En dit is de eerste golden meugelijkheid!” riep hij uit.

“Kom, wiej goat nöör Tine”, zei Top. Jan begreep onmiddellijk waarom. “Bedankt”, zei hij enkel.

Thuis werd alles geregeld. Duidelijk tikte Tine uit wat de bedoeling was.

Jan ging weg met uitgetikte afspraken op zak. Die kon hij verder bespreken met de ouders van gegadigden voor boerenwerk. Er zouden zes puberende jeugdigen een plaats kunnen krijgen.

En zo gebeurde het. Of ‘Weltevree’ een ark van behoud zou worden? Top wist het zeker!

 

Wij gebruiken één cookie, die essentieel is voor het functioneren van deze website. Lees meer: Privacy & cookies.

  Ik accepteer deze cookie.
EU Cookie Directive plugin by www.channeldigital.co.uk