47 Oma Weltevree

> Categorie: KONINKRIJK KONKELFOES Gepubliceerd: vrijdag 29 juli 2011

Top zag haar binnenkomen, Oma, bij het middagbezoekuur op maandag, de vijfde februari negentien drieënzeventig. Ze stapte kwiek de zaal in en keek vief om zich heen. Ze zag hem liggen. Ze kwam met een glimlachend tranend gezicht op hem af, kuste hem op het voorhoofd, pakte een stoel en kwam aan zijn bed zitten. Ze begon meteen te praten.

“Iej hooft mien niks meer te vertellen, de kinder hebt mien al helemoale inelicht. Ik bin härtstikke gelukkig da’j opholdt met dat materialistische gedoo en da’j weerumme wilt nöör de boerderieje. Iej mot ter trouwens wel rèkening mee holden da’j noe nog in Diepenveen woont a’j op de stee komt, möör dat de Eerste Kamer het wetsontwerp töt opheffing van de Gemeente Diepenveen wel ens anvaerden kan, en dan hei’j met een stadsgemeente te doon”.

Top lachte en knikte. Hij zei dat hij in eerste instantie alleen maar verhuizen wou naar de boerderij en dat dan pas de plannen tot ‘herontwikkeling’ van de plaats aan de orde kwamen.

“Dat is het hem juust”, zei Oma. “Iej mot opniej ineschreven worden bie de ‘Kamer van Koophandel’ in Dèventer. Een boerderieje is altied nog een bedrief. Iej mot opniej een vestigingsvergunning hebben. Iej mot weten wat de bestemmingsplannen van Diepenveen of meschiens Dèventer bint”.

“Verdrieedubbeltjes”, vloekte Top, “dan begint het gekonkelefoes dus al weer”.

“Joa, iej kunt in dit land gin scheet loaten, of ter mot een vergunning veur ofegeven wèèn; döörumme holdt een boel mensen de voeligheid op töt het lichaam en de geest het terbie zitten loat en … zee bint dood of gestoord”.

“Dat laatste bin ik”, zei Top eerlijk. “Ik bin an de spanningen kapot egoan”.

“Goed da’j dat inzieet”.

 

Ze zwegen verder over dit onderwerp en praatten verder over de verhuizing uit Deventer naar ‘Weltevree’ in Diepenveen bij de Platvoet.

Oma wilde dat die verhuizing zo snel mogelijk zijn beslag kreeg, want ze kon op haar vierenzeventigste, dat werd ze in augustus, haar huishouding niet meer zo goed aan. Ze had nog één melkkoetje te verzorgen. Twee schapen moesten ook haar regelmatige aandacht hebben en ze wilde de paardenstal, verhuurd aan een particulier, toch ook wel schoonhouden. Dat deed ze tegen een kleine vergoeding. Bovendien moest er gezorgd worden dat haar persoonlijke leefruimte afgezonderd blijven kon van die van Tops gezin, want echt inwonen bij de kinderen wilde zij absoluut niet; daarvoor voelde zij zich veel te jong.

“Veronderstelt oe möör es da’k bieveurbeeld nog is verlieefd worde. Dat zal wel nieet, möör toch”, lachte zij. “Dan mo’k toch rustig met mien vrindjen rollebollen kunnen? Of nieet dan?” En plotseling rolden de tranen van het lachen haar over de wangen.

 

Onder haar bezoek kwam plotseling de behandelend arts binnen. Hij ging achter Tops bed staan en hij was heel ernstig. “Meneer Meester, U mag morgen naar huis! U moet echter heel rustig aandoen, want de kneuzingen moeten gelegenheid hebben in alle rust te genezen. Spaar Uw hersens door niet veel te bukken; bovendien is Uw bloeddruk nog hoog. Ik zal hem nu nog even meten”. Hij pakte de meter, legde de luchtband om Tops rechter arm, pompte. Top voelde de strakke spanning om zijn bovenarm. “Honderd tachtig over tachtig. Dat valt mee. De bovendruk is hoog, maar de onderdruk is volkomen normaal. Dat laatste geeft de burger moed. Vergeet U vooral niet Uw medicijnen dagelijks in te nemen. Dan komt het wel goed!”

Oma had aandachtig meegeluisterd. Top zag dat ze na het bezoek blij naar buiten wandelde.

 

Wij gebruiken één cookie, die essentieel is voor het functioneren van deze website. Lees meer: Privacy & cookies.

  Ik accepteer deze cookie.
EU Cookie Directive plugin by www.channeldigital.co.uk