Pionnen onder de Preekstoel 16

> Categorie: Pionnen onder de Preekstoel Gepubliceerd: woensdag 02 maart 2011

Ze kon niet meer; hij bleef de acteur, die door ooggedraai, omfloerste stem, mimiek en gebaar een perfecte magiër imiteerde, en dat nog wel in een short.

Uitdagend bleef hij voor haar stoel staan na zijn langzame schuifelen door de kamer. Hij zette zijn handen op de leuningen, boog zich naar haar, bracht zijn gezicht vlak voor het hare en fluisterde: “Wedden?”

“Wedden dat jij kunt vaststellen wat er met mij was en wat mij overkomen is?”

Ze keek hem iets te ondeugend aan. -  “Goed, ik zeg niets meer, ga je gang”.

Bob ging in kleermakerszit zitten vlak voor haar stoel, kruiste zijn armen voor de borst, keek haar strak aan.

Zij keek frank en vrij terug, handen om haar knieën.

“Verdomd … , wat een fijne meid was ze nog steeds”, dacht hij, “als ze maar niet verkeerd reageert op mijn proef”.

“We hebben nog niet bepaald waar we om wedden”, zei ze. “Noem eens iets”.

“Noem jij maar iets”, antwoordde de magiër.

“Om vijfhonderd euro van mij tegen vijftig van jou, want je raadt het nooit!”

“Nee, vijfhonderd van jou tegen vijfhonderd van mij, want het is geen raden”.

“Nou, goed dan”, ze keek zielig medelijdend, ”dan moet je het zelf maar weten”.

Hij deed of hij zich concentreerde, maakte handbewegingen of hij haar hypnotiseren wilde en zei: “Een man in uniform staat achter je”. Met een schok keerde ze zich om, herstelde zich. Er hadden zoveel mannen in uniform achter haar gestaan.

“Het is een politieman!”

Stokstijf bleef ze zitten, begon onraad te vermoeden. Hoe wist die duivelse knul … ? Even afwachten nog . . . .

“Hij draagt zijn zomertenue … . Ik zie zijn gezicht niet … , wel een bruine baard en dito snor … .”

Voortdurend haar afwezig bekijkend beschreef hij alles wat ze beleefd had, tot in de kleinste details! Zelfs het plagend nazwaaien toen zij met haar fiets verder zeulde, bleef niet onvermeld. Bij dat gedeelte kon de ‘magiër’ trouwens niet helemaal in zijn rol blijven; duidelijk zag ze een spottende trek om zijn mond verschijnen, die ze zo goed van hem kende. Hij had haar te pakken, hoe wist ze niet, het waarom kende ze nog minder, maar er was een spel met haar gespeeld. Zo neutraal mogelijk was zij al die tijd blijven zitten, hoofd iets schuin voorover, nietszeggende blik, handen gevouwen om haar knieën.

Nu sprong ze plotseling op, duwde hem achterover, viel bovenop hem en begon hem ogenschijnlijk woedend met haar vuisten te bewerken, op hem zittend als een volleerd paardrijdster. Hij gierde het uit: “Haa … ha,ha,ha … , Oh … , hie … , hie … . Houd op , je vermoordt me!!”

“Lelijke bedrieger, wat heb je met mij uitgehaald? Kom, zeg op! Toe nou, ik begrijp er niets van!”

Hij worstelde om onder haar uit te komen. Om en om rolden ze, lachten, gierden, brulden.

“Hou op, ik zal het zeggen”, hijgde Bob. Ze stopte haar actie. Tegen elkaar aan liggend ademden ze kort en uitgeput. Achter hen lag het tafeltje dat ze omgestoten hadden; over de gladde parketvloer waren de kopjes en schoteltjes in scherven uiteengespat. Hij hield haar stevig omklemd en fluisterde: “Scherven brengen geluk.” Diep keek ze hem in zijn donkere ogen en ze begreep.

“Toneelspeler”, zei ze, “maar waarom? Ik ben eigenlijk hartstikke kwaad, weet je dat?! Mij laten sjouwen met die rot fiets.”

“Maar waarom?” herhaalde hij. “Dat zal ik je zo meteen vertellen.”

 

 

Wij gebruiken één cookie, die essentieel is voor het functioneren van deze website. Lees meer: Privacy & cookies.

  Ik accepteer deze cookie.
EU Cookie Directive plugin by www.channeldigital.co.uk