36. 1985 ... Dreum ... Zakbeuksken ... 1949

> Categorie: De Liggende Vrèters Gepubliceerd: woensdag 30 september 2009

Noa schooltied fietsten Gerrit bliej möör heel meu nöör huus. Hee had genoaten van de kinder en van de koffie bie Brookhuzen. Mevrouw deej de koffie altied zelluf in, dat wist hee nog van twee jöör terugge. Noe keek hee, Gerrit nog is twee jöör weerumme. Thuus mos’ hee zien “ZAKBOEKJE KONINKLIJKE LANDMACHT” is opzeuken; dan kon hee allerlei dinger nog is onder de loep nemmen. De kinder in de klassen viere tut en met zeuven kon hee dan is verhalen ophangen oaver Amersfoort, Utrecht en Hellendoorn en zien belèvenissen döör. Veur kinder hofden het allemoale neet echt gebeurd te wèèn wat der verteld wördden as het möör wöör was: Wöör in de betèkenis van  “het had zoo hebben kunnen gebeuren”.

 

Uutgeput viel hee thuus op de divan. Moder had hee nauwelijks goeiendag ezegd. Moder begreep dat wel, wist hee. “Een schoolmeester hef feitelijk twee banen”, zei Moder altied. “Hee mot order holden; dat is een vak ampärt, en doarboaven mot hee de kinder oke nog wat leren!” Gerrit wist dat bie de meeste onderwiezers van dat laatste nieet völle terechte kwam, umreden dat zee het eerste vak nieet beheersten: zee konden de kinder nieet an. Hee herinnerden zich, hoe dat hee op de Kweekschole kwekeling was in de zesde klasse. Meneer most nöör een vergadering en Gerrit most de klasse oavernemmen. Dat mocht feitelijk nieet, möör het gebeurden.

Een jonge in de middelste rieje hield zien rèkenschrift in de lucht, achtersteveurten, deej het lös en zei: “Meneer, mijn schrift is vol!” De andere kinder lachten. Zee roaken dat hee, Gerrit, kwetsböör was. Zee zetten zien ordeprobleem in. Sommigen begonnen hem al uut te lachen. Gerrit stapten met de handen op de rugge op hem of, haalden uut, en gaf dat jonk een kletsende tik op de kake. “Zo, nu zal je schrift wel niet meer vol zijn”, zei hee derbie. Het was metene moesstille en diee snotterdop ging dalijk rustig an het werk. Iej konden enkeld nog het onschuldige oasemen van de kinder en het krassen van de kreuntjespennen heuren. Toen het heufd weerumme kwam en an de kinder vroeg: “Hoe is het gegaan?” antwoordden zee allemoale: “Goed, Meneer!”

 

Zoo, hee was uut-erust. Samen met Moder ging hee theedrinken. Hee vertelden oaver de nötte en de katte. Moder most lachen: “’t Is moa goed da’j Dèèmters könt”, zei zee. Hee vroeg wöör-of zien militaire zakbeuksken was. Moder haalden het zoo uut de kaste. “Al oew spullen, ook diee van oew heufdakte he’k in diee kaste ezet, kiek moa”.

Hee pakten het beuksken. Het grieze kaft met het Woapen van Nederland met de twee leeuwen en de titel brachten hem metene weer in het leger. Hee deej het beuksken lös en las op de kafte links:

ATTENTIE. Bij dit Zakboekje behoort een gelijkgenummerd Identiteitsbewijs, hetwelk in het bezit moet zijn van den houder van dit Zakboekje, zoolang deze zich in WERKELIJKEN DIENST bevindt.

Het vertoonen van Het Idetiteitsbewijs zonder Zakboekje zoomede het toonen van het Zakboekje zonder Identiteitsbewijs heeft als legitimatie geen waarde.

 

Der lag nog een breefken in het beuksken, dat hee op 20 september 1949 weer bie Het Algemeen Depot Koninklijke Landmacht most verschienen. Nou, dat most dan mar!

Èven kieken watveur een dag of dat was, een dinsdag dus. An Brookhuzen zeggen!   
 

Wij gebruiken één cookie, die essentieel is voor het functioneren van deze website. Lees meer: Privacy & cookies.

  Ik accepteer deze cookie.
EU Cookie Directive plugin by www.channeldigital.co.uk