50 Gedragsleer 1979

> Categorie: Bie het onderwies Gepubliceerd: donderdag 25 november 2010
‘Van Dale’ vertelt oaver gedrag het volgende: gedrag (o.; gedragingen) [van Mnd. gedrach (behandeling), de huidige betekenis is Nieuwnl.], 1 de wijze waarop iem. zich gedraagt, zijn handel en wandel, zijn wijze van doen, optreden en reageren: iemands gedrag prijzen, afkeuren, veroordelen enz.; een slecht gedrag; een getuigschrift van goed zedelijk gedrag; (uitdr.) daar sta je dan met je goeie gedrag, (iron.) gezegd als iem. het slachtoffer wordt van onvoorziene gebeurtenissen; iemands gedrag en wandel, zijn handel en wandel, doen en laten, vgl. baltsgedrag, vluchtgedrag; 2 (onderw.) de handelwijze van een leerling m. betr. t. orde en tucht: op school worden aantekeningen gegeven voor gedrag, vlijt en vorderingen; 3 de wijze waarop een stof of een voorwerp reageert op bep. uitwendige omstandigheden en de veranderingen daarin: het gedrag van tin bij lagere temperaturen; het gedrag van een auto op een nat wegdek. 

Gerrit tikt dit allemoale in 2010, ruum dertig jöör noa 1979. Toen hee begon met in zien lesplan veur Nederlandse Taal en Letterkunde (Kinder- en Jeugdliteratuur) het onderdeel ‘Ethologie’ (‘Gedragsleer’) op te nemmen, kenden hee de inhold van het begrip ‘gedrag’. Hee had allange ontdekt dat taal en gedrag onlösmakelijk met mekäre verbonden wären, sterker nog, ‘in mekäre vielen’. Bèter had hee dat nooit uutdrukken kunnen.

Veural (kleuter)prentenboken teunden deur hun ‘kunstprenten’ van mensen, dieren en dingen de ‘literaire gedragswereld’. Gerrit zien lessen ethologie gingen dan ook veur meer dan negentig procent oaver prentenboken. Hierbie mosten de leerlingen denken an Blokbeukskes, Golden Beukskes, Kubusbeukskes enz.. Driee van diee prachtige (wereld)literaire werkjes behandelden hee in het biezunder: De Gele Taxi, Max en de Maxi-monsters, Blauwtje en Geeltje.

 

Blauwtje en Geeltje, van Leo Lionnie, was een prachtig literair werksken. Gerrit nam het graag as uutgangspunt veur het besprèken van de ‘gedragscirkels’ wöörbinnen lèvende wèzens lèèft en handelt. Gerrit deej dat an de hand van de kleuren van de règenboage, dus oke met de kleuren gèèl en blauw. Hee liet de anstoande kleuterleidsters zieen hoe of gedragingen en taalutingen mekäre ‘vermengd’ en ‘besmet’, zoodoanig zelfs dat nieje milieucirkels ontstoat diee deur de olde ‘umgeving’ nieet meer herkend wordt. Midden onder diee kleurrieke literaire kinderliteratuurlesse vielen ze onverwachts binnen. Wiee? Gerrit zien begeleiders van de SLO. De gedragscirkels stonden op het bord etekend, in-ekleurd en wel. Gerrit vertelden de begeleiders wöörof hee mee bezig was. Mevrouw, zee was docente Nederlands, en Meneer, hee was docent Nederlands en erkend schriever, gingen derbie zitten en Gerrit ging verder met de uuteenzetting oaver taal, gedragingen, mondelinge utingen döörvan, vrindelijke reageren döörop, ‘brutoal’ reageren derop, zwiegen, hulen, weerumme vallen in het olde gedragspatroon. Hee was ter helemoale in, juust noe hee bezeuk had! Hee zag dat Mevrouw en Meneer van de ene verbazing in de anderen vielen.

Noa de lesse vroeg hee nöör hun bevindingen. Ze vonden het een ‘bezielde’ les. Möör wat Gerrit der feitelijk mee wol! “Aanstaande onderwijsmensen de ogen openen voor de waarde van het luisteren  en het lezen in de kleine en grote mensenwereld”, zei Gerrit. “U vond dit een bezielde les; dat was het niet, het was een ‘BEZIELENDE’ les”.

Gerrit kreeg de indruk dat ze der niks van snapten: dom geboren en niks bie-eleerd!