70. Aan Mysterie van Sociaal Verzaken

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: maandag 07 december 2009

Schaarsbergen, de 13de van Sprokkelmaand 2009. 

Geacht Mysterie van Sociaal Verzaken, 

Ik hoop dat deze brief snel tot U zal geraken, want ik wil U wel vertellen dat wij het heus met veel minder kunnen stellen. Ik ben een ongeschoolde bijstandsmoeder met vier kleine kinderen, maar toch kunt U mijn uitkering gemakkelijk verminderen. Wan ik kan heel zuinig leven als het moet. In dit land hebben wij het toch al veels te goed. Ik geef U één duidelijk exempel hoe of het anders kan. Misschien wordt U, mister, daar wel een beetje anders van. Mijn voorbeeld slaat voornamelijk op het gebruik van water. En beter nu daarop gewezen dan te laat of later. Want U weet dat; bij de meeste trekkers gaat er veel te veel water zomaar door de afvoergoot. Als je dat ziet dan erger je je dood.Als ik des morgens om acht uur op ga staan dan loop ik na het plasje doen eerst naar de keukenkraan. Daar tap ik dan zoo ongeveer twee liter helder water; daarvan geef ik een heel klein beetje aan onze lieve kater. En van een kleine liter zet ik een potje thee. Daar doen we dan gemakkelijk zo met zijn vijven mee. Met de andere liter wassen wij ons dan heerlijk schoon. Daarna bewaren wij dat water, dus riezeikelen gewoon. Als ik ben aangekleed kook ik de roggepap met dat water en ieder krijgt een warme hap. En altijd weer, ja iedere dag, blijkt dan dat ieder van ons daar niet goed tegen kan. Da’s fijn en ik bewaar dan ook heel wat voor de luns … . U merkt het wel: bezuinigen is geen kuns … .Zo is voor deze morgen alles al weer geschied. Tot twaalf uur nu gewacht op wat de middag biedt. Als het dan eindelijk middag is, komt eerst de opgewarmde ochtendpap weer op de dis. Nu valt het bij ons allen plotseling heel goed. Weet U, honger maakt zelfs het goorste afwaswater zoet. Dan geef ik ieder een homp brood zonder enig beleg. En dat is in een mum van tijd ook al weer weg. Maar dat is voor een uitgebreide brief van later, want ik zou nu toch enkel schrijven over het water. Één nieuwe liter neem ik nu voor alle afwas. Die maak ik lauw met behulp van het aardgas. Daarmee krijg ik de borden keurig schoon. Ik giet het in een emmer en bewaar het weer gewoon. Nu komt het ogenblik dat ik de keukenvloer ga dweilen. Ik doe het water met nog één liter in een teil en schoon de keuken, wring de dweil steeds uit èn was dan met het water ook nog eens alle ruitèn. En ben ik dan met huisarbeiden eenmaal zo vèr, is er nog zeker anderhalve liter ovèr.Nu komt enkel het avondeten nog. Dat maak ik naar het grote voorbeeld van Van Gogh. Want schilderde die kunstenaar in het heden ooit wat beters dan het bekende schilderstuk van die aardappeleters?  En moet U mijn gezin dan eens hongerig zien vreten. Maar ja, zij kunnen gelukkig ook niet weten dat het nat waarin de frieten zaten, ging door een zeef met fijne gaten. Dus het fijne stof van vloer en ruiten zit niet in het voer, het bleef er buiten. Ik vind dat zij dat niet weten hoeven, als ze dat toch niet kunnen proeven. Immers U hebt mij toch geleerd ‘Wat een mens niet weet, een mens niet deert’.Met vijf man dus vier liter water per dag en ook nog voor de kater. U merkt bezuinigen is geen kunst. Toch vraag ik U één kleine gunst: Stuur mij geen antwoord op deze brief. Dat is mij nog wel zo lief, want op deze wijze doet U mee aan bezuinigen bij T en T.Nou Mister, het beste dan maar weer en tot de volgende keer en ik wens U voor nu en later een voorspoedig goed verzaken, zodat alle voorzieningen steeds meer in het slop geraken.U kunt dat wel voelen aan Uw water. De hartelijke groeten van mijn kater. 

 

Mevr. A. Weinig – Kleingeld, Schraalstraat 11, Schaarsbergen centrum.