56. Bode & Burgemeester

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: woensdag 11 november 2009

                                  Aan Mr. S. Crommelin 

Door het grind bij het gemeentehuis liep ik 

Ik had een afspraak met de Diepenveense burgervader 

Die man had ik nog nooit ontmoet hiervoor 

Knarsend kwam het gebouw al stap voor stap mij nader 

Ik drukte op de bel; een bode deed mij open 

Een kleine man in ’t zwart, hij droeg geen uniform 

In zo’n gemeentetje is dat natuurlijk norm 

Gaf mij een heel stil teken dat ik achter hem aan moest lopen 

Zijn schoenen kraakten nieuw bij het mij voorgaan in de ruime hal 

Hij droeg mijn tas, mijn jas en hing die laatste op een haak 

Wat heeft zo’n bode toch een nederige maar ook zo’n zorgvolle taak 

Of dit als werk een mens zijn hele leven lang bevallen zal 

Zijn weids gebaar bracht mij bij een zwaar eiken deur in een heel groot vertrek 

Ik zag meteen dit is de burgemeesterskamer 

Het zonlicht viel heel stemmig door de bontgekleurde ramen 

Met daarop het Diepenveense wapen in goud en sabel lang niet gek 

Gaat U toch zitten – zei de bode, en hij reikte mij mijn tas 

Ik nam hem aan tussen mijn beide handen 

Ik zag hem in de zetel recht over mij belanden 

Toen pas zag ik dat hij  de burgemeester was …