54. Een goede les

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: maandag 09 november 2009

Aan Guido Gezelle en Karel Kuijk

 

 

Mocht U iets horen in de maat van dit leerzaam relaas

Dan klopt dat, want ik stal hem van “Het Lied van Boerke Naas”.

En wilt U ’t zingen, nu dat kan, zoek deze wijs dan op:

Een veldmuis vond in ’t beukebos een lege notedop.

 

 

Zo, ik begin en luister maar, wat Gerrit heeft beleefd.

Zijn broertje Karel was erbij; wat die gelachen heeft!

Ons Gerrit had een boot gemaakt voor Karel van een klomp.

U kent die wel: een hol stuk hout, als schip een beetje lomp.

 

 

Een oude wekker nam hij dan; dat moest de motor zijn.

Daar sloopte hij wat wieltjes uit; wat liep die motor fijn!

Hij pakte toen zijn oude fiets, vroeg: “Karel, ga je mee?

Dan gaan we varen op de kolk”. En Karel zei geen nee.

 

 

En Karel, die pas negen was, sprong heel vlot achterop

de drager van zijn broer zijn fiets, die met zijn stomme kop

vergat dat hij de broek nog droeg, die hij juist had gekocht,

met een colbert, tweedelig pak, dat hij had uitgezocht.

Want Gerrit had geen kleding meer, die hem nog paste dan:

Hij had gekuurd met tee bee cee, was dus een dikke man.

Zijn kleren waren veel te klein, al had hij ze bewaard.

Dus had hij dit kostuum gekocht; daar had hij voor gespaard

 

 

Enfin, ze gingen naar de plas en speelden samen blij.

De motorboot deed het perfect; de dag was zo voorbij

En toen het avond werd, besloot het stel naar huis te gaan.

Heel vlug het bootje naar de kant en dan op moeder aan

 

 

Maar in de schemer stapte toen Gerrit op prikkeldraad.

Dat veerde op tegen zijn broek, U weet wel hoe dat gaat.

De punten sloegen in een pijp: een grote winkelhaak

was het gevolg, vlak bij de knie. Verdorie, dat was raak

 

 

Die Gerrit keek toch zo beduusd, dat Karel kreeg de hik

van ’t lachen en hij riep spontaan: “Hou op, Gerrit, ik stik!”

Nu schoot ook Gerrit in de lach; ze konden haast niet meer.

Ze rolden proestend op de grond en gierden keer op keer.

“Oh, Gerrit”, huilde Kareltje, al kronkelend op de grond,

“We kwamen zeker nooit meer thuis, als hier je fiets niet stond”.

 

 

Zo, dit was dan de wijze les die Gerrit heeft geleerd:

Bij ’t spelen oude kleren aan, want vaak gaat het verkeerd!