334. LENTEWEER

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: dinsdag 03 mei 2016

De lucht over de jonge dag

diep blauw, zoals het hoort

De zon, nu net boven de kim,

wordt niet in damp gesmoord

En ik ben heel vroeg opgestaan,

gewekt door het morgenlicht

Mijn vrouw ligt rustig, ademt zacht,

een lach op haar gezicht

-----

Ik ga mij douchen, kleed me aan

en scheer me heerlijk glad

Ik trek mijn wandelschoenen aan

en ga meteen op pad

Ik loop door de Draaiomsweg

naar de Oranjelaan

En zie slechts maar één wandelaar

daar met zijn hondje gaan

-----

De zon rijst hoger en de vogels

maken steeds meer lawaai

En boven alle zanggeluiden uit

hoor ik de vlaamse gaai

En ik ga zitten op een bank

om te luisteren naar dat koor

Ik breng niet slechts de vogels dank

ook mijn nog scherp gehoor

-----

Ik zit er wel een stijf kwartier

en wandel dan terug

Ik houd voortdurend in ‘t vizier

de vogels in hun vlucht

En in de tuinen langs mijn pad

vergaren zij het voer

dat voeden moet hun jong gebroed

En een poes ligt op de loer

-----

Als ik dan moe maar heel voldaan

gelukkig huiswaarts keer

tref ik op het terras mijn gade aan

heerlijk in het lenteweer

-----

Dinsdag, 3 mei 2016