308. KIEKEBOE

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: vrijdag 26 februari 2016

Aan Camiel Eurlings

-----

Ik vond als klein kind één spel leuk

Ik denk dat u het kent

Je speelt het in gezelschap

als je heel fijn samen bent

Je goed verbergen achter iets

met soms de ogen toe

De mensen zien van jou dus niets

Dan roepen “Kiekeboe”

En dan ben je er eensklaps weer

En ieder doet verwonderd

Maar je hebt als klein kind toch wel door

dat ieder wordt bedonderd

Misschien dacht u ‘De mensen hier

spelen toch mee voor mijn plezier’

Als kleuter werd ik echt nooit moe

van dat domme spelletje “Kiekeboe”

Geneigd zijn wij heel menselijk

dit spel te blijven spelen

ook als wij al volwassen zijn

om zaken te verhelen:

oneerlijkheid en haat

ook domheid en veel kwaad

agressie en verraad

en alles wat ons maakt

tot dwaze onverlaat

Dan laten wij ons “Kiekeboe”

maar helemaal niet horen

toch hebben wij dan elke keer

weer ons gezicht verloren

Maar als wij dan heel onverwacht

iets moois hebben verricht

dan tonen wij met “Kiekeboe”

op slag weer ons gezicht

Het kindzijn is de meesten

volledig bijgebleven

vaak komt dat wel weer in ons op

al is het soms maar even

Dat is dan het moment

waarop wij weer beseffen

dat wij door “Kiekeboe” te spelen

enkel onszelf maar treffen

en dat maakt ons zo tot schlemiel

en dat geldt ook voor u, Camiel

-----

Diepenveen, vrijdag 26 februari 2016