307. Druiloor

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: woensdag 24 februari 2016

Al dagen is het druilerig weer en zo ook weer vandaag

De regendruppels vallen langzaam en lusteloos omlaag

Bewegen in hun val de bruine bladeren van de beukenhaag

Een doods en grijs gebeuren en dat zie ik niet zo graag

-----

En in de regen op het meer drijft hij wat doelloos in het rond

Hij vaart over de golven al vanaf de morgenstond

De boot vangt alle regen als in een open tandenloze mond

Wat nattigheid betreft krijgen achtermast en druil volstrekt het volle pond

-----

De natte druil slobbert als een dweil langs de zwabberende mast

Maar in die kleine schuit staat deze mast gelukkig heel erg vast

De natte dweil wordt op den duur een veel te zware last

Die is kletskliedernat en zakt langzaam omlaag langs de naakte mastenbast

-----

Ik zie dit alles op het grauwe meer: een druilerig en lusteloos gezicht

Er is geen mens aan boord en dus verstuur ik eindelijk maar een esemesbericht

Dat is dus regelrecht aan de politie van Blauwestad gericht

Er drijft een open boot – Niemand aan boord – Bergen is nu uw plicht

-----

Dan ben ik plotseling wakker en blijkt alles te zijn verbeeld

Ik was teevee kijkend in slaap gevallen want druilerig weer verveelt

Maar ik wil toch wel weten wat er hier verder speelt

En wat er volgde wordt door mij met U nu met plezier gedeeld

-----

Wij hebben niets gevonden – u heeft zich helemaal vergist

En bovendien wordt nergens hier een zeilscheepje vermist

Wij denken dat u ons dingen hebt opgedist

Door u in zoete slaap al dromend uit het meer gevist

-----

Dat was de esemes die ik van de politie heb gekregen

Daarin hadden zij het werkelijk gebeuren niet verzwegen

Als echte druiloor hebt u al soezend in uw sta-op-stoeltje gelegen

En televisiekijkend naar Blauwestad zicht op Uzelf gekregen

-----

Leerdicht van Crödde van Niessel

Diepenveen, maandag 22 februari 2016