297. Komrijmelaar

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: donderdag 14 januari 2016

Een dichtstuk noemt men ook wel dicht, maar vaker nog gedicht

Dat noemt de dichter poëzie, zo’n moeilijk taalbericht

En proza dat is ondicht dan, da’s zeker en gewis

Poëzie en proza samen natuurlijk dicht en ondicht is

Kunt U het volgen nog, lezer of moog’lijk luisteraar

Of denkt U: Deze man rijmt zomaar vreemde dingen bij elkaar

Als U dat denkt, hebt U de keutel bij het schone rechte eind

Ik weet echt niet meer van dichten dan dat het wel eens rijmt

Maar soms ook niet en is zoiets dan echt wel een gedicht

Voor mij is het dan geen gehoor, al heeft het veel gewicht

Ik kan niet uit de voeten met al die definities

Kunstkenners maken over al die zaken de raarste bladnotities

Ik trek mij er maar niets van aan en dat is heus echt waar

Ik ben ook Gerrit Komrij niet, zegt men, maar gewoon een rijmelaar

Al valt bij mij zo’n vellend oordeel toch wel ontzettend zwaar

De Achterhoekse Gerrit Komrij blijft voor mij Komrijmelaar

-----

Commère dat is babbelaarster; dat mag U nu wel weten

Gebabbel heb ik zelf voor het gemak dus maar komm’rij geheten

En dat is de naam van Gerrit: hij deed die naam veel eer

Helaas babbelt de dichter al een hele tijd niet meer

Daarom met deze tekst Gerrit Komrij opnieuw geëerd

Zijn ouwewijvenpraat heeft mij ontzettend veel geleerd

Neemt U van Komrij aan, die slimme Achterhoekse boer

Gelul over wat werkelijk dichten is, blijft slap geouwehoer

-----

Crödde van Niessel – Donderdag, 14-01-2016