288. Swietslaan

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: vrijdag 06 november 2015

 

Mij lusten vele fijne vleeswaren

Ik heb ook altijd trek

in pittig, zoet en vaak ook bitter

Van al dat lekkers staat mijn staf voortdurend stek

Ik hoef mij geen vleesje en geen visje te ontzeggen

Ik neem van het lekkere geslacht al wat mij lust

Ik ben nu eenmaal zelf een god en dus een heer en meester

Ik ben met klok- en hamerspel uitstekend toegerust

Ik ben ook nog de allerbeste schrijver

en soms heel erg dichterlijk bovendien

Ik zal de Nobelprijs vast nog eens winnen

omdat ik die gewoon met mijn talent verdien

-----

Zo sprak de schrijvend kunstenmaker in grote zelfvoldaanheid

Hij sloeg om zo te zeggen sprekend en schrijvend swiet

zodat veel landgenoten zich aan hem onmondig stoorden

maar dat begreep meneertje Herrie Vullis niet

Hij wilde ‘swide slaan’, was sterk in eigen ogen

Over zichzelf schepte hij voortdurend op

Maar uit zijn woorden sprak vaak zeer groot onvermogen

Toch kende zijn genolpotentie nauwelijks een ‘Stop!’

Naar echte daden moest men bij die pocher zoeken

zijn filosofisch zwaar geleuter moest alles voor hem doen!

Veel lezers en ook luisteraars kregen echt medelijden

of ergerden zich aan zijn nollen tenslotte blauw en groen

‘Swietslaan’ of bluffen doet lang niet iedereen

ook al is men wezenlijk nog zo gezwind of sterk

of zo de oude Saksen zeiden: “swithi”

De kracht van mensen blijkt toch immers uit hun dagelijkse werk!

Maar heertje Herrie Vullis aan wie ik dit rijmsel heb gewijd

Heeft nooit gewerkt en is niet meer onder ons en al bijna vergeten

Met hem raakt ook zijn zogenaamde oeuvre nu steeds meer uit de tijd

Dat heb ik, leeftijdgenoot van hem, onder ons gezegd, altijd geweten

En dat moest ik hoewel met tegenzin en schaamte toch eindelijk eens kwijt

Crödde van Niessel