287. Levensboom

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: donderdag 08 oktober 2015

 

Van horen zeggen liegt men veel.

Dus neemt U ’t mij niet kwalijk,

als ik de waarheid niet vertel

in mijn verhaal zo daad’lijk.

Ik hoorde ’t namelijk van een vriend,

een wat bijzondere gast.

moet ik U zeggen, want hij was

een beetje een fantast.

“Ik kwam laatst langs een dode beuk”,

zei hij heel enthousiast,

“Daar stond een meisje en dat nam

wat bloemen uit haar tas.

Nieuwsgierig kwam ik dichterbij

en vroeg: “Wat doet U nu?”

“Komt U nog verder”, zei zij dan,

“en ik vertel het U”.

“Ik vloog hierboven in een kist,

want ik moest springen gaan:

mijn eerste parachutesprong;

dat voelde heel voldaan.

Ik sprong en kwam in vrije val.

Oh, wat een fijn gevoel!

Dit weiland achter deze boom,

dat was het landingsdoel.

Ik trok vergeefs aan ‘t koordje!

Gesloten bleef het scherm!

’t Schoot door mij heen: ‘Straks lig ik dood

daar onder in de berm’.

Maar op het allerlaatst' moment

ging ’t valscherm toch nog open!

De dode beuk brak toen mijn val,

wat ik nooit had durven hopen!

‘k Hing levend in de blote beuk!

Oh, oh, wat was ik blij!

Die dode boom – zij wees naar hem –

werd de “Levensboom” voor mij!”

Zij knielde neer en legde toen

de bloemen aan zijn voet.

Toen gaf zij hem een flinke zoen!

‘k Zag tranen, ‘t deed mij goed!”

Ik heb mijn vriend stil aangehoord:

Zoiets verzin je niet!

Vandaar dat ik U zijn verhaal

op rijm, met vreugd, aanbiedt.

Crödde van Niessel: Dit verhaal schijnt werkelijk op waarheid te berusten!