284. Doodsverlangen!? - Levensvreugd?!

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: donderdag 01 oktober 2015

 

 

Veel mensen met letsel hebben een levensleed te dragen.

Hun hele leven dragen zij hun beschadigingen mee.

Al zijn zij haast nooit vrij van zorgen of van pijnen,

zij lijken bij het sporten vaak heel gewoon okee

 

Als ik hen mag geloven, hebben zij een heel goed leven.

Ze lijken niet met hun ellende op te staan, noch gaan ermee naar bed.

Ook kunnen zij er dikwijls heel vrijmoedig over praten.

En niets vergalt, zo lijkt het, voor hen de sportieve topsportpret.

 

Maar ik kan het niet laten hen stil te observeren,

als hij of zij heel stil en afgezonderd zit of staat.

Ik zie dan toch een waas om hen van heimwee en verlangen:

Mij lijkt of wat er om hen heen gebeurt hun helemaal ontgaat.

 

Ze lijken weg te kijken naar verre horizonten,

alsof zij daar heel nieuwe verten vermoeden of aanschouwen.

Zij schijnen niet meer thuis in al ons aards gebeuren.

Het lijkt mij of zij staand of zittend stoer hun gehavendheid verstouwen.

 

Wensen zij zo gaaf te zijn, als zij in het verleden waren?

Verlangen zij misschien weer heel volmaakt en heel te zijn?

Zitten zij daarom zo vaak stil voor zich uit te staren?

Als ik gehavend was, zou ik waarschijnlijk niet meer in leven willen zijn!

 

Ik zie hen dan weer gaan bij hun wat heet ‘gehandicaptensport’.

Ze fietsen, springen, roeien, zwemmen en lopen heel opgewekt en blij!

Het lijkt één heel groot feest ook voor wie geen eerste wordt;

en aan hun houding zie ik: “Wij horen er weer bij!”

 

De levensvreugd straalt af van hen die ik zie strijden

om de medailles op het allerhoogste plan en om de eer.

Niets zie ik nog van het stille heimweevolle zielenlijden,

noch enig doodsverlangen, na het gave leven van weleer.

 

Zou ik mijzelf soms op de sporters hier staan te projecteren?

Zie ik mijzelf misschien toch onbewust zo door het leven gaan?

En mij gehavend en heel ongelukkig door het leven heen bewegen,

omdat mijn handicap een echt menswaardig leven in de weg zou staan?

 

Ik weet het niet en bovendien kan ik dit alles in de taal niet vangen,

wijl ik in werkelijkheid niets weet van hun allerliefst verlangen.

Ik kan hun levensmoed en levenswil hier op papier slechts prijzen,

want daarvan zie ik op mijn beeldbuis de sprekende bewijzen!

 

Crödde van Niessel