254 Lintje

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: dinsdag 16 september 2014

Aan Koning Willem-Alexander

 

In Paterswolde waren wij in een heel mooi hotel,

zo’n “Fletcher” met vier sterren, enfin U kent dat wel.

Echt voor families is dat “thuis”: het was er razend druk.

Wie er terecht kan, heeft toch wel onnoemlijk veel geluk!

                                   -----

Het is druk en gezellig en ongedwongen daar.

En de bediening staat voor U en iedereen steeds klaar.

Volwassenen en kinderen zijn heel sportief gekleed:

Gedragen zich volkomen vrij, ’t is maar dat U het weet.

                                   -----

Daar aan het venster zat heel stil een hoogbejaarde man.

Hij had net zo als ik een licht colbertje ‘an.

Ik ging ontbijten en keek toen niet meer in ‘t rond.

Ik schrok, toen deze man heel plots’ling naast me stond.

                                   -----

Hij keek mij aan en zei toen zacht: “Kijkt U eens om zich heen.

Twee hebben een colbertje aan, ja, U en ik alleen!”

Ik wist niet wat ik moest met de woorden van de man.

Wat was in vredesnaam daar de bedoeling van?

                                   -----

Toen wees hij op de draagspeld daar hoog op mijn revers.

“Wat is toch de betekenis van dat mooie speldje daar.

“Oranje- Nassau’s ridderschap”, antwoordde ik vol trots

en wat beschaamd, want ik begreep de man toen plots!

                                   -----

Hij dacht: ‘Die man heeft enkel maar hier zijn colbertje ‘an,

opdat hij dan aan iedereen zijn lintje tonen kan!’

En inderdaad, uit trots toon ik mijn lintje graag.

Of daar nu zoveel mis mee is, oh Koning, blijft een vraag.

                                   -----

ZONDAG, 14-09-2014.                               PRINSJESDAG, 16-09-2014