224 Wispoëzie XI - Driedeling hoek

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: zaterdag 29 maart 2014


 

Vinding uit vierenveertig

 

Toen ik de meetkundige reeks had leren kennen

Wist ik dat de constructie mij zou lukken

Zomaar een hoek met passer, potlood, liniaal

Heel zuiver te verdelen in drie gelijke stukken

Het was in vierenveertig, nu zeventig jaar geleden

Ik zal het nooit en nimmer en never meer vergeten

‘k Herinner  mij mijn vinding tot op heden

Ik gebruikte de formule ‘Aa’ gedeeld door ‘één min Er’

‘Aa’ stond voor de  eerste term en die had ik bepaald op ‘een half’

‘Er’ was de ‘reden’ en die was ‘min een half’ . En het aantal ‘termen’?

Stelde ik op ‘oneindig’ en dat nu was mijn vinding!

Ik overwoog: “‘Oneindig’ blijkt in de praktijk maar vier keer zuiver construeren

De potloodpuntdikte brengt toch ‘oneindigheid’ tot ‘eind’!?

‘Aa’ gedeeld door ‘één min Er’ is ‘een half’ gedeeld door ‘anderhalf’

is ‘één gedeeld door drie’ en dat is dus ‘één derde’”

Ik tekende een hoek en deelde die eerst in tweeën

en zo kreeg ik een halve hoek die ik weer in tweeën spleet

Met het rechterdeel deed ik toen weer, wat ik al eerder deed

Zo kwam ik op ‘één vierde’ plus ‘één achtste’ min ‘één zestiende’ plus ‘één tweeëndertigste’

is ‘elf tweeëndertigste’ en toen bleek mijn overweging juist …!

De breedte van een lijn is nul, maar van een streep toch iets …

En daardoor scheelde aan mijn deelconstructies werkelijk helemaal niets

Na vier keer construeren kon ik tot mijn genoegen

De driedeling van hoeken bij mijn constructies voegen

Ik denkt niet dat men erg blij was met mijn slagen

Welnee, ze zitten mij na zoveel jaar er steeds nog mee te plagen

Ze noemen mijn constructie één bij benadering

Omdat die over strepen en niet om lijnen ging

Maar ik denk bij mijzelf : “Als ik straks mijn ogen heb geloken,

wordt nog altijd over de constructie van de “Grote Kuijk” gesproken”.

Crödde van Niessel