GDD XVII Etymologie - Spelling - T-UU-N - T-UI-N - (Column)

> Categorie: Grammatica Deventer dialect (GDD) Gepubliceerd: woensdag 04 november 2009

Toen ik over de inrit naar mijn garage liep om mijn auto te pakken, klonk er ineens een stem achter me, die in onvervalst Drents vroeg of ik soms de 'tuun' in wilde. Ik keek meteen om, want de oostelijke en noordelijke streektalen hebben mijn volle belangstelling, waarschijnlijk omdat ik in Deventer geboren ben in een tijd dat daar 'tijdverdrijf' nog niet bestond en 'tiedverdrief' nog nauwelijks gebruikt werd, alleen negatief, want de mensen moesten in de dertiger en veertiger jaren van deze eeuw hard ploeteren.

In de vijftiger jaren ging het harde werken nog door. De oorlogsellende had ons ondergedompeld in armoede.Maar ik had geen tijd daar nu aan te denken, want ik kon weer wat over onze dialecten gaan 'nölen', en dat laat ik nooit voorbij gaan.

Er zat een man aan de stem vast; hij vertelde me dat hij pas naar Diepenveen 'verhuusd' was.

"Ik sa' mien eem veurstell'n jong"(Ik zal me even voorstellen). En dat deed hij. Hij stak me zijn hand toe; ik schudde die stevig. "Kuijk", zei ik, "en ik wol de tuin nieet in; ik mot nöör Aduard"(ik wou niet de tuin in; ik moet naar Aduard).

Zo kwamen we aan het 'kuieren', zoals de Twenten 'genoeglijk met elkaar praten' noemen. Het ging over de tuin of 'tuun'. Hij vertelde over zijn grote 'tuun' in Drenthe; ik had het over mijn 'tuin' achter het huis.Daar ik een echte schoolmeester ben, kon ik niet nalaten te zeggen dat in mijn geboortestreek aan de IJssel de haan nog dikwijls 'op d'n tuun' zit en dat 'tuun' eigenlijk een van teen of rijshout gevlochten omheining is en dat in ons 'Iesseldialect' daarom het Nederlandse woord 'tuin' overgenomen is voor 'hof', wat de grond binnen de omheining is. Ik kon zelfs niet nalaten over de verwantschap met het Engelse 'town' en het Duitse 'Zaun' te praten.

"Waddenchenööllè?" vroeg ik. Hij vond het helemaal geen gezwam."Ik bin ook een Nedersaks", zei hij. Het woord 'tunen' voor 'omheinen' bleek hij nog te kennen. Ik probeerde hem af te troeven met 'betuund' in plaats van 'schaars' of 'beperkt'.

Beiden waren we op onze praatstoel, want we spraken dezelfde gemoedelijke omgangstaal. Maar helaas konden we niet te lang praten, want er wachtte me nog een lange rit naar "Auwerd", zoals mijn Groningse vriend Jaap zou zeggen. 

Een paar dagen later, op een avond, werd ik opgebeld: "Met Dick uut Empe. Ken iej het woord 'tunen' in de betekenis van 'stoppen'; iej weet wel 'kousen stoppen'".

Ik moest ontkennend antwoorden. Dick legde me uit dat zijn 'Opoe' dat woord altijd gebruikte. Zij woonde, meen ik nu, in Terwolde. Hij zei verder dat 'tunen' natuurlijk in deze betekenis ook met 'vlechten' te maken had, want als je kousen stopt, maak je een soort vlechtwerkje met naald en draad.

Na dit gesprek begon ik onmiddellijk te onderzoeken of er meer mensen zeiden: "Ik tune" i.p.v. "Ik stoppe kousen". Er heeft zich nog nooit iemand gemeld, die het woord in deze betekenis kende. Waar 'tuin' al niet toe leiden kan. Als schrijven vergeleken kan worden met kousen stoppen of breien, moet ik kunnen zeggen met Dick's Opoe: "Ik stopp' met dat getuun".