GDD. V - Korte Klinkers - Svarabhaktivocaal

> Categorie: Grammatica Deventer dialect (GDD) Gepubliceerd: zaterdag 24 oktober 2009

Iessel

  

De fietse an de hand, zoo loop ik lang’s de Iessel.

Een moterboot lig stille bie een kribbepoale;

’n Gèèlzwärte waterwespe höldt kribbepoal’contrôle.

Zien härte plokt, plokt, plokt: geluud as van een diesel.

In ’t haventjen likt jachten mooi te wèzen.

’t Lik hoast asof hier ’t geld in ’t water wördt egooid.

’t Mastbos is bärstensmooi met vööntjes opetooid. 

Steet op het botenhuus Daventria te lèzen?

Oaver de Rembrandtkade dondert het snelverkeer.

Diesellucht, benzinestank, dat kump mien in de neuze.

Op ’t water ook een troep! Dat is mien cri de coeur.

Wat ’n milieubederf! Mien härtekreet klinkt zwöör.

Een zwöre stinksigaer, en wel uut eigen deuze,

Dat roke wiej: weerumme kan noe al ‘geenieet meer!

 

 

De korte klinkers.

  a – in an, hand, lang’s enz.. Uitspraak als in het Nederlands. Wordt ten onrechte beschouwd als de korte vorm van aa.Dit geldt ook voor de andere korte klinkers!

ä – in zwärte, härte, bärst, härte. Uitspreken als e in kerst, herfst, werk.

e – in geld, snel, benzine, bederf, wel.

e – in de, fietse, Iessel enz., uitspr. als – u – in put. Deze klank is bijna een stomme ee of sva.

Wordt nog nader besproken.     

i – in lig, stille, krib, likt, in, is, mil … , klinkt, stink.

o – in plokt, dondert, op. Twee uitspraken worden in het Nedersaksisch onderscheiden: ò in plokt als ò in hok, ó in dondert en op als ó in bók. Umlautisering in de Dèventerse verkleinwoorden laat dat horen: hok – höksken … bok – buksken!

ö– in wördt, uitspreken als ö in Limburgse klei of löss.

u – in lucht, kump.

Zo komen we tot acht klinkers, als de bijna stomme ee meegerekend wordt. Tot negen komt de Deventenaar die onderscheidt maakt in Ò en Ó. De makers van het Leesplankje van Hoogeveen, Koolenbrander en Hoogeveen, beiden schoolmeester te Deventer, kenden het onderscheid tussen Ò en Ó. Zij zetten hòk en bók op hun leesplankje.

 

Het verschil in uitspraak gaven zij aan met een. boven de O van bok.

 

 

Svarabhakti – Oudindisch: svara is klank of klinker. – bhakti is deel of verdeling. Voorbeeld: lang’s – ‘ maakt de verdeling tussen ng en s ongedaan; ‘ geeft hier het u-tje aan dat de verdeling opheft. Met de tekens ‘, ij, e, i geven we ook vaak svarabhakti of bijna-svarabhakti aan. We noemen ze dan sva of svarabhakti- vocaal.

 Zie het sonnet ‘Iessel’ voor.  Sva!            NB. De Dèventersen zekt langus!