GDD III Aqua ... Van Latijn tot Nedersaksisch

> Categorie: Grammatica Deventer dialect (GDD) Gepubliceerd: vrijdag 23 oktober 2009

Het Deventer taalgebied ligt in het Westgermaanse taalgebied op de kruising van zeer belangrijke handelswegen. Oost en West ontmoeten hier al vele honderden jaren Noord en Zuid, wat tot gevolg gehad heeft dat het Deventers als omgangstaal nogal wat universele zaken heeft: de eu-klanken van het noorden, de al- en ol-klanken van het oosten, de èè-klanken van het westen. Zo is er een taal gegroeid, die iets heeft van het Keuls, het Hamburgs, het Jutlands, het Engels. Zelfs de Franse inslag ontbreekt niet. Natuurlijk geldt het voorgaande heden voor veel meer plaatsen, reden te meer ook die dialecten eens onder de loep te nemen.

 

 

Wat het verleden betreft; ik kan iedereen aanbevelen eens in de geschiedenis van de taal te duiken. Dan wordt heel wat uit deze tijd verklaard. Vooral vergelijkingen met het Gotisch zijn goed mogelijk, omdat die taal door een bijbelvertaler opgeschreven is. Vraag maar eens naar “Gotische Grammatik” mit lesestücken und Wörterverzeichnis, von Wilhelm Braune.

  

Eén voorbeeld wil ik hier geven, want ik kan me in dit bestek niet te veel met historische spraakkunst bezig gaan houden.

 

 

‘Winter brech ies (Winter brengt ijs)’. Neen de klinker –ie- . In het Fries is dat –ee-: Dokkumer Ee; in het Westfries –ie-: Krommen-ie; in Amsterdam –ij-: Het IJ; in het Brbants –aa-: Dommel en Aa; in het Westgermaans –aha- (uutsprèken as aacha). Wat lezen we in het gotisch: ahwa (uutsprèken as achwa). In het latijns is het aqua, wat stromend water of rivier betekent.

 

 

Zo zit het Dèventers in de straat van het Indogermaans tot Nedersaksisch, (Nederlands), Engels en zelfs het Frans doet mee: -oo- (l’eau).

 

 

In de volgende hoofdstukken zal ik me beperken tot het Dèventers van nu. Zo nu en dan zal ik een vergelijking met een andere taal maken.

 

Lees deze grammatica echter niet in één adem uit, want dit werkje is om dingen na te slaan, om te zien hoe iets in elkaar kan zitten, hoe men kan spellen, praten en schrijven. Er moet niets, want een mens is de baas in zijn eigen taalhuis!

  

N.B. De gereconstrueerde vorm *oque (Kuijk) uit het Indogermaans, is volgens mij (Kuijk) niet meer dan een klanknabootsing of onomatopee van kabbelend water: okwe – okwe – okwe – okwe.