GDD II - Grammatica van het dialekt van Dèventer II - Taalhuis

> Categorie: Grammatica Deventer dialect (GDD) Gepubliceerd: woensdag 21 oktober 2009

 

Nederlanders die enkel en alleen maar hun streektaal spreken zijn, er bijna niet meer. Het onderwijs, de radio, de televisie, het verenigingsleven en noem maar op, hebben gezorgd dat ook dialectsprekers op zijn minst tweetalig zijn: ze spreken hun dialect en standaard Nederlands. Dat heeft tot gevolg gehad dat de eigen taal en het Nederlands elkaar zijn gaan beïnvloeden, waardoor zij beide tot meer bloei gekomen zijn: er is meer belangstelling gekomen voor de streektalen en hun bijbehorende dialecten. Dat geldt natuurlijk ook voor het Noord-Nederlands en het Oost-Nederlands, met het daarbij horende Sallands en het Deventers.

Dat laatste dialect leeft weer zodanig dat in 1986 het “Woordenboek van het Deventer Dialect” opnieuw het licht mocht zien, nu uitgegeven bij ‘Boekhandel Praamstra’ te Deventer. Dat boek geeft ook een hoofdstukje over “Klank en Spelling”, dat op zijn beurt weer ontleend is aan “Handleiding voor het schrijven in het dialect van Deventer en omstreken”.

Nu wordt er sterk behoefte gevoeld aan een spraakkunst van het Deventers, waarbij de eigenaardigheden van klanken, tekens, woorden en zinnen wat uitvoeriger toegelicht worden. Daaraan wil dit werkje een bescheiden bijdrage leveren.

Het “maken” van een spraakkunst kan niet. De spraakkunst van een taal is er al: In iedere taal spelen regels en wetten, die bij een levende taal langzaam maar zeker ‘ombuigen’.

Die regels en hun ‘ombuigingen’ van tijd tot tijd te registreren is de opdracht van de “spraakkunstenaar”. Hij komt op deze wijze als het ware een huis binnen, waarvan de bewoners voortdurend de zaak moderniseren. Zijn taak is waar te nemen hoe de zaken staan, zodat het huis bewoonbaar blijven kan.

     

 

Nederlanders diee enkelt nog möör hun strèèktaal spreekt, bint ter hoast nieet  meer.

Het onderwies, de radio, de tillevisie, het verenigingslèven en neumt möör op, hebt ezörgd dat oke dialektsprèkers op zien minst tweetalig bint: ze sprèèkt hun dialekt en standärd Nederlands. Dat hef töt gevolg ehad dat de eigen taal en het Nederlands mekäre bint goan beïnvloeden, wöördeur zee beide töt meer bleuj ekommen bint: der is meer belangstelling ekommen veur de strèèktalen en de döörbie beheurende dialecten. Dat geldt natuurlijk oke veur het Noord-Nederlands en het Oost-Nederlands, met het döörtoo heurende Sallands en het Dèventers.

Dat leste dialekt lèèft weer zoodoanig dat in 1986 het “Woordenboek van het Deventer Dialect” opniej het licht mocht zieen, noe uutegeven bie ‘Boekhandel Praamstra’ te Dèventer. Dat book gèf oke een heufdstuksken oaver “Klank en Spelling”, dat op zien beurte weer eleend is van “Handleiding voor het schrijven in het dialect van Deventer en omstreken”.

Noe wördt ter sterk behoofte eveuld an een sproakkunst van het Dèventers, woarbie de eigenaerdigheden van klanken, tèkens, woorden en zinne wat uutvoeriger too-elicht wordt. Dööran wil dit werksken een bescheiden biedrage lèveren.

Het maken van een sproakkunst kan nieet. De sproakkunst van een taal is ter al: In iedere taal spölt regels en wetten, diee bie een lèvende taal langzaam möör zeker ‘ummebuugt’.

Diee regels en hun ‘umbugingen’ van tied töt tied te registreren is de opdracht van de “sproakkunstenaer”. Hee kump op disse wieze as het wäre een huus in, wöörvan de bewoners gedurig de zaken moderniseert. Zien taak is waer te nemmen hoe of de zaken stoat, zoodat het huus bewoonböör blieven kan.