Boksenmoal

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Door mijn opvoeding zie ik ieder jaar omstreeks half december de herders in het veld, de wacht houdend over de kudde. Die bestaat bij mij niet alleen uit schapen en wat geiten en een paar schepershonden, maar ook uit rendieren en andere geweide en gehoornde beesten. En de herders waken trouw over die dieren samen met hun honden, want het loopt tegen het nieuwe jaar en in dat nieuwe jaar wordt de kudde immers weer groter door de jonge dieren die tegen het voorjaar geboren worden. Niet enkel Het Kind staat in mijn voorstelling centraal, feitelijk alle leven dat 'gehoed' moet worden. En dat hoeden doen 'Goede Herders' met een Heilig Vuur, dat zij ook in de kerstnacht ijverig brandende houden. De brand en gloed in hun binnenste blussen zij voortdurend met passende dranken.

Branden, denk ik dan, dat hoort bij het leven. Alleen al het leven in stand houden begint bij een gloed die door brand van binnen woedt. Branden, in het Middelnederlands 'bernen', Oudsaksisch 'brinnan' en 'brennian', in het Latijn 'fervere', wat gloeien betekent, Iers 'berbaim', ik kook. 'Brouwen', bier bereiden, is nauw verwant aan branden. 'Bronst', de gloed die tot paring leidt, is de gloed die nieuw leven wekken wil.

Bronstig kent vele gloedvolle synoniemen: tochtig, krols, hengstig, loops, berig. De kerstnacht blijkt zo vol gloed, de ster en andere gloeiende hemellichamen, gloeiende vuren, brandende haardvuren in de huizen en krotten.

Ik sta buiten wat peinzend over de gloedvolle decembermaand gebogen om me er aan te warmen voor de kerstverhalen die ik weer vertellen ga, als plotseling Johan voor me staat. Hij heeft blijkbaar inkopen gedaan, want hij begint te praten over een receptie of zo, ergens in Limburg, waar hij uitgenodigd is, zo iets, want driekwart ontgaat me door mijn eigen gedachten. Ik hoor eigenlijk maar één zin en dan nog maar gedeeltelijk: " _ boksenmoal; iej weet toch wat dat is?" "Joa, dat woord ka'k plaatsen", zeg ik. Ik weet immers hoe het in elkaar steekt. Johan springt op de fiets en ik peins verder. 'Boksenmoal' hoort ook thuis in die reeks van brandende, gloeiende, broedende woorden. 'Boksheid' is immers hetzelfde als 'bronst'. Boksheid wordt echter enkel gebruikt bij de paringsdrift in schapen en geiten en ... mensen. Boks is een bijvoeglijk naamwoord bij 'bok'. Het mannetje van een geit bijvoorbeeld heet bok. Ik vind het leuk te onthouden wat bok in een oosterse taal als het Armeens is: buc. Maar dan is het een lam. Een bokje dat geofferd werd, was dus een lammetje!

De bronst bij schapen en geiten en nauw daaraan verwante dieren heet dus boksheid. Letterlijk betekent bijgevolg 'bosenmoal' de maaltijd die genuttigd wordt tijdens de bronst van twee mensen. En welke periode is dat? Juist, de tijd van de ondertrouw. Degenen die gaan 'aantekenen', nodigen naaste familie en soms heel goede vrienden uit, ongeveer veertien dagen voor het huwelijk om gezamenlijk het boksenmoal te genieten.

Er zit feitelijk een heel goed kerstverhaal achter dat woord. Je laat daarin het maal plaatsvinden. Je laat de lezers of luisteraars genieten van een huwelijk en ... je laat een kerstkindje geboren worden ... . "Aaaaa ... hhh!"

Het zijn geen verhalen die bij mij passen, maar misschien heeft een ander iets aan deze tip. Rechten hoef ik er niet voor. Zelfs de bronvermelding kan achterwege blijven, want ik schaam me een beetje voor dit ideetje! Het zou me allemaal veel te gezocht voorkomen, hoewel ... ?! Hoeveel kerstkindjes worden er niet geboren, ieder jaar weer! Nou ja, dan zullen er wel veel kerstvertellers op dat idee gekomen zijn. Dit is ook al weer een idee dat ik gestolen heb. Een verhaal onder de titel en met het thema 'Boksenmoal' lijkt me beter. Maar ik kan daar weinig mee. Toch ben ik benieuwd of in Salland de laatste tijd nog uitnodigingen voor een boksenmoal zijn ontvangen!