Bluisterig

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Voor het nieuwe jaar wil mijn zwager Arend nog wat aan de tuin doen. Daarom komt hij deze middag vaste planten bij ons halen. Als we ze gescheurd hebben en in doosjes in zijn auto zetten, zegt hij: "Gerrit, het is bluisterig weer, de windvlagen drijven me bijna van de weg". "Ja, en er is nog meer wind voorspeld", geef ik ten antwoord. Dan begint Arend ineens in het dialect: "Is het noe bluisterig of pluisterig? Eef, Jan en Fenny wären bie ons in Heerde en döör gingen wie mee kuieren. Het was net zuk weer as noe. En ik zeie dat het bluisterig weer was. Begint mien dee beide vrinden te lachen en ze vroegen of ik het woord 'pluis' neet kenden. Het most wèzen: het is pluisterig weer, want het weer was neet pluis". Nu begin ik te lachen.

"We lopen met zijn vijven te vechten tegen de wind. Oud en Nieuw willen we vieren zo dicht mogelijk bij de noordpool. "The snow begins to fall, it is blustering now, but soon we'll have a blizzard", zegt de Engelsman onder ons. Op dat moment staat de Duitse stil: ze heeft een plotselinge aanval van hyperventilatie. "Bitte, reich mir etwas zum blasen, ich hyperventiliere", stoot zij uit. "Hier, ik hebbe nog wel een buul; wee döörin blus, is de kortoasemigheid zoo kwiet", zeg ik. Ondertussen begint het te stuifsneeuwen en te waaien. We gaan zitten op onze sleeën met de rug in de wind. Laat het maar blusteren, om een anglicisme te gebruiken; we zitten goed ingepakt. Ik heb pijn aan mijn linker voet, aan de grote teen. Ik trek mijn laars uit, dan mijn wollen sokken, twee over elkaar. De Amerikaanse dokter kijkt naar de grijze blaas op mijn teen; het is een blaar. "It 's a blister, I'll must help you". En hij behandelt mijn voet."

Ik zeg tegen Arend dat ik zo'n verhaaltje zou vertellen, als ik zou moeten uitleggen, waar dat bluisterig nou eigenlijk vandaan komt. In het Nederlands vind je het nergens. In het Middelnederlands ben ik eens bloester tegengekomen, maar dat betekent notedop, en dat heeft met blaas alleen de ronde vorm gemeen. Dat bluisterig met blaas en blazen te maken heeft, is zeker en gewis, want de wind blaast en wie een bule of buul (papieren zak) opblaast, heeft een volle blaas. Dat bluisterig wat het deel bluis betreft Saksisch is, laat zich eenvoudig aantonen: ik bloaze, iej bloast, hee of zee blus, blis of blös. Uit blus of blös is bluis ontstaan, zoals kui'j uit kö'j. De -ö- en de -ui- liggen in het Nedersaksisch vlak naast elkaar. Dat zijn vrienden met 'pluisterig' ongelijk hadden, weet Arend wel, maar hij wil ze toch graag met de stukken overtuigen. We gaan dus naar binnen en ik pak het 'Woordenboek van het Deventer Dialect', dat altijd bij mij onder handbereik ligt. Op bladzijde 23 staat het in de rechter kolom: bluisterig, bn., bw., onstuimig, winderig (gezegd van het weer). Eng.: to bluster. 'n Bluisterig gezichte = een opgeblazen of opgezet gezicht. Zie ook bluusterig. Bij bluusterig treffen we een verwijzing aan naar bluisterig. Ik weet ook nog te vertellen dat het Engels naast bluster en blister verder het woord blast kent. A blast is een windstoot. Het Nederlands kent blast in de betekenis van opgeblazenheid van vee. Ik heb bijvoorbeeld wel eens horen zeggen: "Dee koo steet an de wind". Of zo'n koe dan blast heeft? Ik ben geen veearts. Arend heeft nog één vraag: "In oew verhaaltjen geet het oaver vier mensen. Iej zeien da'j met zien vieven wären. Wee is dee viefden". "Dat is jouw vriend Jan. Die hield zijn mond. Hij wou zeggen dat het pluisterig weer was, maar dat durfde hij niet meer, nadat hij bluister, bluster, blister, blizzard en blazen, blaas en blaar gehoord had. Wens trouwens al je vrienden een Gelukkig Nieuwjaar en Rietje en de kinderen ook!" zeg ik.