Bleike

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Ruim tien jaar geleden, officieel begaf ik me nog maar net op het terrein van de plattologie, kampeerden Ali en ik, altijd nog met onze tent, op een camping ergens in Frankrijk.

Het was elke dag prachtig zonnig weer en we zagen elkaar bruiner worden. "Wat is het toch fijn om niet zo bleek te zijn", zei Ali een keer spontaan.

Op een dag maakten we samen een wandeling. Ik zei dat we gingen kuieren; Ali zei dat we onze 'goastokken'mee moesten nemen. Goan is ook wandelen of kuieren en kuieren is in Twente gezellig met elkaar praten. Nu, dan gingen 'wiebeiden' al kuierend kuieren, vond ik. Het was mooi lopen om het vrij grote meer, waar de camping aan lag; en de 'zunne' scheen. Die blaakte aan de hemel om het maar eens te zeggen, zoals men in boeken leest. Veel dialectsprekers spreken trouwens niet van 'boeken' of 'boken', maar van 'beuke'. Zo noem ik trouwens de beukeboom.

De weg om het meer was geen weg; het was een zand- en steenpad, dat met vallen en opstaan genomen worden moest. Af en toe werd er even gerust; dan klommen we een heuvel aan de walkant op en we hadden dan een grandioos uitzicht over het meer. Ik had mijn verrekijker bij me en keek naar de mooie vogels, die in de bomen en struiken en op het meer zaten. "Ali", zei ik, "kiek ens deur mien kieker noa de oaverkante. Ik geleuve dat door wärempel een bleike is".

"Een bleek? Die zijn hier toch niet meer?" vroeg Ali. "Een bleek is een plek om het wasgoed te bleken. De was, vooral de witte was, werd daar neergelegd in het gras, dat mooi groen moest wezen, en dan werd het gebleekt of 'ebleikt'. De mensen beweren dat 'bleike' of 'bleke', 'bleek', van 'bleken' of wit maken komt. Maar tegenwoordig bleken we op modernere technische manieren".

Toen zei ze nu niet meer te verwachten ergens zo'n ouderwetse bleek te zien.

"Dan modd' iej is goan kieken in oew eigen streek, in Riessen. Door hei'j nog een echte olde bleike, woor asof in de zommer de vrouwen nog op de olderwetse wieze wast en bleekt; dat gebeurt op bepoalde dagen, op bepoalde tieden, dee'j bie de V.V.V. an de weet kommen kunt. Belcampo, iej weet wè', dee beroemde Riessense schriever, hef der een verhaal oaver eschreven, namelijk "Ome Gait en Napoleon". Ik vertelde dat het in negentienhonderd en vijftien speelde, toen het gebruik van het bleken bij het wassen nog heel gewoon was.

"Wat zou bleken in het Frans zijn; wij staan immers op een Franse camping ?" vroeg Ali."Ik denke 'blanchir', wat familie is van 'blank' en 'blinken'. 'Blaken' hebbe wie vanmärgen nog gebruukt in dat deftige zinneken: "De zunne steet te blaken an de hemel." En ik zei dat ik wel moest bekennen, dat de zon nu de aarde aardig blakerde met zijn brandende stralen. Ook dat woord is familie van 'blèken'. "In Hengelo - Gelderland hebt ze trouwens vandage de dag nog een traditionele 'Bleek'. Dee is al weer een tied terugge erestaureerd. Joren weerumme bin ik door al is ewest. Ik wazze toen vieftiene en noe bi'k achtenvieftig, kui'j is noagoan. 'Bleike' kump al veur in het latijn; doorin is 'blaken' 'flagrare'. Dat betekent 'branden' of 'fonkelen'. "De was wordt dus schitterend en fonkelend en stralend wit door het bleken", zol iej in een tillevisie-reclame zeggen kunnen." En ik zei dat je dan ondertussen dit heuvelachtige landschap kon tonen om die woorden kracht bij te zetten". Toen vonden we dat we maar eens verder moesten lopen, want we begonnen allebei te 'nölen'. En we maakten de route om het meer af.