Behei

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

De koeien heffen hun koppen en volgen mijn gang langs de weide. Ik kan het weer niet laten. "Kies-kies-kies, kies-kies-kies, kies-kie-kies!" roep ik. Eerst reageren ze niet, maar dan gaat er een geloei op! Ik schrik ervan. Blijkbaar hebben deze beesten, koeien, allemaal nog herinneringen aan de boer die hen lokte met hun soortnaam: kies. Ik kijk om. Ik ben net de boerderij voorbij. Maar niemand reageert daar. Misschien zijn de mensen even aan het uitblazen nu; het is immers nog geen twee uur in de middag. 'Boe-haa' is het geluid dat de koeien maken, als ik een klanknabootsing zou maken. Hoe zou ik die spellen? "Bee - oo - ee - haa - aa". Ik denk het hardop. Het is een geloei dat weinig inhoudt. Het is niet meer dan uiting van emoties, denk ik. Boeha is loos gevoelsgeschreeuw. Boeha is kouwe drukte. Ik leg met opzet mijn klemtoon op 'boe'. Het klinkt plotseling als 'poe'. Boeha wordt poeha! Poeha hebben. Met veel poeha iets verkondigen. "Lig niet te poehaaien!" Dat roep ik mezelf toe. Een man die voorbij fietst, kijkt verbijsterd naar me. Wat is dat voor halve gek! Ik lach. "Ik binne an het poeheien!" roep ik hem na. Hij steekt warempel zijn hand op. Hé, het lijkt wel of hij mij begrepen heeft.

Ik wandel verder. De koeien zijn al weer rustig. Zij loeien niet meer. Loeien is geen klanknabootsing bij 'boeh'. Toevallig weet ik dat het in het Saksisch zoiets als 'luon' is, vermoedelijk uit te spreken als 'loejon'. Het zou familie zijn van het Latijnse 'calare', dat 'samenroepen' inhoudt. Maar dat is me op mijn wandeling te ingewikkeld. Boeken heb ik niet bij me. Die zijn toch vaak zo al een loden last. Zij scherpen mijn geest dikwijls niet, integendeel!

Poehaai, boehaai, boehei; en dan met accentverschuiving 'behei'. Wat een prachtig woord! Het lijkt net op de stam van beheien. Beheien is een stuk land van heipalen voorzien, voordat erop gebouwd gaat worden. De ondergrond wordt voor bouw geschikt gemaakt. Dat is een heel ander behei dan mijn behei. Mijn behei is loos geroep, is poeha, is kouwe drukte. Ik behei betekent dat ik de grond leg waarop gebouwd worden kan, dat ik een grondslag onder het nog niet bestaande fundament van een gebouw leg. Er kan op gebouwd worden. Plotseling kan ik mij heel goed voorstellen dat veel mensen mijn gepraat en genööl enkel 'behei' vinden. Wat een behei! Wat een pretenties! Wat een zinloos geleuter! Ik kan beter gaan beheien, de bouwgrond van heipalen voorzien. Dan kunnen degenen die een taalbouwwerk willen bouwen zelf aan de slag gaan.

Mijn wandeling is voorbij. Thuis ben ik zo stil dat mijn vrouw er stil van wordt. Na de thee van drie uur ga ik naar mijn kamer. Ik blader wat door mijn stukjes. En dan doe ik een ontdekking. Ik zie dat ik beide doe! Ik lees dat in mijn artikeltjes. Ik roep wat met behei. En ik probeer het te onderbouwen: ik behei! En ik vind het e-mailtje van de heer Schuurman die mij 'gudderig' eens aanreikte en ik ben weer blij. Taalplezier is het gebouw dat ik mee onderbouw. Het zinloze behei leidt tot het bouwen door anderen. Ik sla mijn plakboeken dicht en ik ben tevreden.

Dan haal ik mijn e-mail binnen. Veel snelpost is er niet. In ieder geval niets wat met mijn krantenwerk te maken heeft. Hoeft ook niet vandaag. Woorden aanreiken hoeft niet. Ik heb nog een hele lijst gegevens om te vertalen. Die schuift trouwens één regeltje naar beneden. Op het bovenste komt 'behei'. De lezers moeten toch eens met 'veel geschreeuw en weinig wol' te maken krijgen. Weinig wol, weinig warmte! Ik krijg het koud. Dan de verwarming maar een graadje hoger. Buiten hoor ik bokkende geluiden. Het lijkt op heien. Wat een behei!