Balkenbrie

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Soms sta ik nog voor de klas. 's Nachts. Meestal is dat een klas met studenten van een lerarenopleiding. Een enkele keer is dat groep acht van de basisschool. Vannacht bijvoorbeeld gaf ik les aan zo'n groep. Het bleek dat ik me uitstekend voorbereid had. Ik had zowaar een opzet voor een project bij me over 'winterkost'. Ik zag dat ik het netjes ingedeeld had in taal-, lees-, reken- en geschiedenislesjes. En een huishoudlesje. Dat was mooi. Ik begon met de taalles. "Wim, kom jij eens voor het bord en schrijf op: rijstebrij". Wim deed het helemaal volgens het 'groene boekje'. Hij wist zelfs te vertellen dat het tweemaal -ij- moest zijn, omdat we in het Nedersaksisch "riestebrie" zeggen. Een van de kinderen wist zelfs wat brij betekende. "Pap Meester".

Ik nam maar meteen een stukje geschiedenis mee en vertelde dat brie honderden jaren ouder was dan brij, maar wel als brij geschreven werd. Dat het afgeleid was van brie-wen, wat hetzelfde werkwoord is als brouwen. Ik ging zelfs zover, dat ik zei dat brouwen is gaan betekenen bier bereiden, maar ook de -r- uitspreken, alsof men een brij in de mond heeft. Toen was de taalles zo met de geschiedenisles verweven dat ik het maar zo liet. "Wie kent er nog een woord met brie", vroeg ik. "Balkenbrie, dat èèt wule vemiddag", zei er een. Daar had ik bij mijn voorbereiding op gerekend. Ik vroeg of zij wist hoe dat gemaakt werd. Het huishoudlesje kon er meteen ook wel bij. "Mien Moo maakt 't zellef nog. Ik stoa der dan met de neuze boavenop", zei Annie. Dan vertelt ze dat Moeder probeert twee liter worstennat te bemachtigen, anders neemt zij twee liter water.

Nu pak ik er dadelijk het rekenen bij, maten en gewichten, en we schrijven op wat Annie zegt: een half pond vet spek, een pond lever, een theelepel zout, een eetlepel rommelkruid, een halve eetlepel kruidnagelgruis, een ons kaantjes, een pond boekweitmeel, -"Weitenmèèl", zegt Annie, wat mij de gelegenheid geeft uit te leggen dat die manier van uitdrukken verwarring geven kan, want weitenméél is in een aantal dialecten tarwemeel.- Reuzel, braadvet of boter is ook nodig om de balkenbrie te bakken. Annie bespreekt de verdere bereiding tot het in plakken snijden en bakken, wat haar moeder nog in reuzel doet, toe. Ik vraag aan de klas hoe we bezig zijn nu, met dat rekenen, schrijven, die geschiedenis. "Culinair", wordt er gezegd. Dat vind ik knap! Natuurlijk worden er ook vragen gesteld: "Waarom heet dit gerecht balken-brie". Het geluk is met de dommen. Ik heb de hele geschiedenis van 'balk' nagetrokken. In het Oudsaksisch 'balga'; dat is buik, zak, romp. Het zit ook nog in 'huilebalk', iemand die vroeger ingehuurd werd om bij begrafenissen een partijtje verdriet ten beste te geven. Hij of zij trok dan een zak met huilende geluiden en tranen open. Een 'bloasbalk' werd gebruikt door de smid om lucht met zuurstof in het vuur te blazen. Balga werd balge; dat werd balch en in het Duits Bauch; In het Nederlands werd balch tot balg, balk en buik. Ik wijs ook even op old en oud, holt en hout.

Dit recept voor het maken van balkenbrij is natuurlijk gebonden aan een bepaalde streek. Moet ik dat deze kinderen nog vertellen. Vooruit maar. "Er zijn bereidingswijzen, waarbij rozijnen en krenten gebruikt worden. Zelf zou ik die balkenbrie, die brie van het binnenste van een varken, met die zuidvruchten, Gelderse balkenbrie noemen. Op de manier van je moeder krijg je de Sallandse of Oaveriesselse balkenbrie." Toen was de les over 'winterkost' voorbij, want ik was de nacht door. Met de handen onder het hoofd lag ik daarna na te genieten. Ik zou hier een heel goede lesbrief over kunnen schrijven, maar hoe krijg je zoiets in de basisschool? En lekkere balkenbrie kun je toch ook bij je slager kopen!