Bakkeien

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008

Over Doetinchem en Terborg rijden we naar Dinxperlo en De Heurne. Meestal nemen we een kortere weg: Deventer, Eefde, Warnsveld, Vorden, Hengelo, Zelhem, Varsseveld, De Heurne. Maar we zijn een dagje er echt helemaal uit. Dan wil je weleens nieuwe routes verkennen om te zien waar men, ook in de Achterhoek, weer verkeersremmende maatregelen tegen al te snel rijdende automobilisten genomen heeft en aan het nemen is.

De omleidingen zijn op de vingers van één hand te tellen, maar ze zijn er ook nu. Die laten in het midden wat er gaande is, maar het laat zich gemakkelijk raden dat het om slaloms, versmallingen, kei-verhogingen, paalversperringen en andere menselijke maatregelen gaat. "Kijk", zeg ik tegen mijn vrouw, "weer een 'OMLEIDING'". Ik vertel dat ik nog weet dat er bij een wegomlegging 'WEGOMLEGGING' stond. "Dat is wel heel lang geleden", geeft Ali ten antwoord. "Misschien toen je pas auto reed". Ze heeft gelijk. We zwijgen en genieten van het landschap. Mijn gedachten draaien door. Eigenlijk wel leuk dat 'omleiding' naast het Duitse 'Umleitung'. Zo komen we langs allerlei omwegen toch nader tot elkaar. Bovendien zeggen wij in ons Plat: "Ze leien eerst de wègen umme en brakken toen pas de stroaten op; het asfalt wordden vervangen deur ronde keien, um het verkeer of te remmen".

Ik zou best kunnen beweren dat 'omleiding' Nedersaksisch is voor 'omlegging'. Voor het tweede is dan de stam van de tegenwoordige tijd van leggen gebruikt, voor het eerste de stam van de verleden tijd van het Saksische leggen, 'leien'. Dat is natuurlijk niet zo, maar omleiding klinkt lekker oostelijk, net als kei, dat familie is van kegel en kegge.

Wat is een kei ook weer? Het woord komt in het Middelnederlands voor als key, kay, kegel. In het Oostfries is het 'kei'. De betekenis moet geweest zijn 'rolsteen', 'kegelsteen'. In keileem komen grindstenen en andere rolstenen voor. De Drentse hunebedden, door de 'Huni' gebouwd voor hun overledenen, zijn samengesteld uit Skandinavische keien. Dat -ei- en -eg(g)e- door elkaar lopen in woorden is normaal: zeil naast zegel, keilen naast kegelen, teil naast tegel. Zo is betekenisverandering ontstaan. Mooi eigenlijk.

Even uitkijken. "Moeten we nog steeds 'Volg 1' volgen?" vraag ik. "Ja". Dan begin ik hardop te lachen. "Wat is er?" "Zie je die klinkers daar liggen?" "Ja". "Ik moest ineens denken aan wat een vriendje van me vroeger zei, als ze hem vroegen of hij zwemmen kon. "Ik kan duken as een snook en drieven as een bakkeie"." Mijn vrouw moet er ook om lachen.

Bakkei in plaats van baksteen. Het klinkt echt oostelijk. Ik moet het bij 'Van Dale' maar eens nakijken. Die zal het wel niet geven. Ronde stenen worden wel gebakken, maar dat zijn kuizen of knikkers of bollen op monumenten en bij ingangen van gebouwen en terreinen. Maar een bouwsteen die gebakken wordt, is een hoekig blok. Ik zie nog de schoolplaat voor me met die steenfabriek in de uiterwaarden. In houten mallen lagen de blokken klei. Bakkei is gevormd toen taalkundig de ronding van 'kei' verdwenen was. De mens kent de verwantschap met kegel niet meer. Dat bakken een sterk werkwoord is geweest, weten velen ook niet. Dat is immers nog te zien aan het voltooid deelwoord: gebakken, en niet gebakt. Bakken - biek - bieken - gebakken. Ja, net als vallen - viel - vielen - gevallen.

Zo, we zijn aan de Nijmansdijk in De Heurne. Onze kennis is totaal verrast. "Dat is lang geleden?" zegt ze. "Ik miek een grote omweg", zeg ik, om haar te laten weten dat ik haar dialect ken, "anders waren we hier eerder geweest". Ze begrijpt en lacht.