Babbelegoegjes

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008
Ik hoor de klep van de brievenbus. Ik loop naar de voordeur. Er is niet veel post, één kaart. Hij komt van Dick Woertman uit Empe. Jaren geleden heb ik hem leren kennen op een onderwijscursus over integratie, die ik in het Gelderse mocht geven. Ik ben er altijd een beetje trots op te kunnen vertellen dat ook hij in de geschiedenis van de streektalen een belangrijke partij meeblaast, maar dan zijdelings gericht: ik vind hem een groot kenner op het gebied van onze klederdrachten. Dat hij geen babbelguigjes verkoopt in zijn publicaties daarover, blijkt opnieuw op deze kaart.

- Beste G.K. - I. Strieker - Striekeband. Ze bint mien beide bekend, disse twee woord'n. Een strieker was ok een jonge vent dee zich min of meer as 'n "dandy" veurdeed biej de deerns. Hee wol mooier - gladder wèèn, of zich zo veurdoon, as de deursnee-vente. Gebeurd'n dat dan zeid'n ze al gauw "O, dèn - , das zo'n striekerd!"

II. Striket of Sterket. - een vrouwenmutse - een Middelnederlands woord. Echte muts'n bestonnen d'r toen nog neet. 't Waren gevold'n dook'n; streeksgewieze op een bepoalde maniere op'emaakt - 'ewass'n, -'esteev'n- en 'estreek'n. Zol "Sterket" ok te maak'n könn'n hebb'n met 't Duutse woord "Sterke" = stiefsel. Ik veule 't zo an: "Sterket", een woord veur dàt kledingstuk wat 'esteev'n is - en wel 't enige 'esteev'n kledingstuk toentertied. Mar ..... misschien heb ik 't wel kats mis! - Groetenisse. -

Natuurlijk heeft Dick dat niet mis, denk ik, als ik de tekst goed gelezen heb. Hij geeft een prachtige aanvulling op wat ik schreef over de striekeband. En ik ben weer eens gesterkt in mijn mening, dat hij nooit loze praatjes verkoopt; bovendien moet je bij hem ook niet met babbelegoegjes, babbelegoegies, babbelegoeties, babbeleguugjes of babbeleguutjes aankomen, dat wil zeggen dat hij niet houdt van gegoochel met woorden. Hij spreekt en schrijft over zijn wetenschap met vakmanschap, niet als een guichelaar, goochelaar, goechelaar of guuchelaar, maar als een ... tovenaar. Wie verstand heeft van het onderwerp waarover hij spreekt weet met woorden te toveren. Wie alleen maar 'babbel ... babbel ... babbel' wil en 'goochel ... goochel ... goochel' en zo het publiek of de enkeling een rad voor de ogen draait, verkoopt babbelegoechjes. Hé, denk ik onder het trappenlopen naar mijn werkkamer, kies voor '-goechjes' de spelling met -ch-, en je ziet zo dat het wel van guichelen komen zal. Nu word ik nieuwsgierig. Zou guichelheil, dat 'genezing of heling van guichel of gekte' betekent daar ook mee te maken hebben? Ik ben inmiddels op mijn kamer. Dat zoeken we dus op. En wat vinden we? Een guich is een grimas of een gekke beweging. Guichelheil, het kruid dus, werd vroeger gebruikt tegen zenuwziekten. In het Hoogduits heet de plant Gauchheil, Geckenheil, Narrenheil.

De kaart van Dick heb ik ondertussen al in mijn borstzak gestoken, schuin voor mijn hart. Zukke schrievens bint mien dierbaar. Ik haal hem toch maar weer te voorschijn, want als echte schoolmeester wil ik zijn dialectspelling ook zien. Kijk, dat is nu een spelling om zo over te nemen. Die spoort met de gangbaar Nederlandse, dus hoef ik de tekst niet te vertalen. Ik zit wel met het probleem, hoe ik een en ander zonder babbelegoechjes aan de kranteman moet brengen. Of mag er af en toe een babbelguichje of onschuldig grappig trucje in verwerkt worden? De mens wil tenslotte niet enkel verheven beziggehouden worden! Nou, vooruit dan maar. Zal ik nu eens beginnen met: "Kinderen, stil, geen babbelegoechjes hier; anders ga je maar ergens anders spelen. Opa moet werken!" Neen, dat lijkt nergens op. Gepeins ... .