Ässies

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008
De buitenvrouw ging op de aangeboden stoel zitten en trok meteen een papieren zak uit haar boodschappentas. "Hier, ik hebbe möör is ässies ekoch'; dee he'k nog nooit eerder ehad". We schrijven 1936. Mijn tante keek haar verbaasd aan. "Heb iej nog nooit ölienötjes egèten? Dat ka'k mien hoaste nee' veurstellen!" "Nee, mien olders vonden al dat vremde èten möör niks. Wiejluu bint gin apen", zeien zee altied. "En doa hölden wie ons an. Wat lekkers was der neet bie." "Hoe weet iej dat pinda's lekker bint? Iej hebt ze nog egeeneet epreufd". Tante keek verwachtingsvol naar haar bezoekster. "Ik heb oe deur, iej lust der oke wel een paar .... Ze mot wel lekker wèèn; ze roekt zo heerlijk ebrand!"

De vrouw opende de zak. De gebrande geur zweefde nog smakelijker door de kamer. De zak werd tante voor de neus gehouden. En net toen zij er een handjevol uit wilde nemen, klonk de stem van de boerin: "Hoevölle zulle wiej der nemmen, ene of twee? Ze bint zo klein!"

Toen Tante ons later het verhaal vertelde, schoten wij in de lach. Inderdaad waren pinda's voor deze vrouw werkelijk wat nieuws. Helaas heeft Tante ons nooit verteld hoe die gebeurtenis verder verliep. En nu kan ik het haar niet meer vragen, jammer genoeg; zij is enkele jaren geleden overleden.

Ik moet aan deze geschiedenis denken, als ik over de berijpte akkertjes staar. Hoe groot zou ieder perceeltje zijn? Ik 'roeze', schat zo'n vijf are. Dat 'are' doet mij aan 'as' denken. De basisbetekenis van are is immers een 'verbrande plek'. Zo'n plek werd heel vroeger 'geschapen' om er landbouw op te plegen. Het Latijnse 'ardere' betekent branden. Ardente is vurig. As is verbrande turf. Een gezegde uit het dialect. As ontstaat bij verbranden. Branden of intens drogen deden wij als jongens wel door dingen in de hete, niet meer gloeiende, as te leggen. Zo heb ik eens mijn zelfgebakken stokbrood in de as geroosterd. Aardnoten drogen gaat ook in een 'as', maar dat is een soort oven, die dan ook geen 'as' heet, maar 'ast'.

Pinda's zijn dus ässies, in een ast gedroogde 'nootjes'.

Koffie wordt in de ast gebrand. De naam 'koffiebranderij' is een verklarende naam: het is geen verbranderij.

In 1952 was ik onderwijzer in Olst. Ik was jong, hield van lekker eten en snoepen, en bij bepaalde gelegenheden bracht ik wel eens olienootjes mee, zo noemde ik toen in het Nederlands pinda's. De meeste kinderen vonden ässies erg lekker, maar geen kind noemde ooit het woord! Was het in Olst toen al in onbruik geraakt? Dat zou jammer zijn; het is immers een verklarend woord en het is ook Olsters. Als woord is het in 'Olster woorden' op bladzij 10 opgenomen. Ik kan natuurlijk nauwelijks bevorderen dat ässie weer algemeen wordt voor pinda, maar in het Nederlands zou mij de naam 'asje' of 'astje' best aanstaan. Natuurlijk is het goed mogelijk dat 'ässies èten' nog normaal is in Olst en andere Sallandse plaatsen! De kinderen wilden natuurlijk toen de meester in hun taalgebruik niet teleurstellen. Dialect spreken in de school was niet erg gewenst! Ook ik was er toen schoorvoetend mee bezig. Wij wisten het allemaal niet zo goed. 'Schooltaal' en 'Thuistaal' waren erg van elkaar gescheiden. En nu, nu ga ik af en toe de school weer in om de kinderen bekend te maken met hun streektaal. De volgende keer breng ik ässies mee. En ik praat erover! Ik hoop dat het er allemaal smakelijk ingaat, ook bij de leraren en leraressen.