Ansloan

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008
"Nou, het was zo. We zaten op die avond in de kamer, gezellig met elkaar te mens-erger-je-nieten, want er was weer eens niets op de televisie, en daar horen we in de verte het brommende geluid van een motor. We, dat kan ik gemakkelijk zeggen, want bij ons op die woonboerderij is het zo stil 's avonds dat je de windstilte nog hoort suizen, en geen mens is er doof bij ons. Dat geluid nadert snel. En dan ineens is het weg. Stilte. Doodse stilte. We kijken elkaar aan. We zijn ineens doodsbang, al zijn we met z'n vijven. Dan begint ineens de hond te blaffen. "'n Hond slög an", zegt Tinie. "Nee, 'n hond slöt an", zeg ik. "Ah, hold toch op, ieje met oen gezeur, of e noe anslög of anslöt, wat maakt dat uut; hee blaft!" Dan klinkt er geluid op de deel, die we als schuur gebruiken. We durven geen kik te geven. Er wordt op de kamerdeur geklopt. "'n Hond hef hem neet egreppen", zeg ik, "dan is 't een bekenden!" En ik sta resoluut op en open de deur. In het donkere gat verschijnt een leren pop, die z'n bril afzet en zijn helm ook. Het is Herman. Hij is die maandag na zijn laatste tentamen regelrecht vanaf Amsterdam naar huis gereden. "Geslaagd!" roept hij. "Nu nog mijn scriptie over 'turbo-taal' af maken!" Zo zie je maar weer, dat mysteries met duister en stilte te maken hebben", eindigt Marianne haar beleving.

"Mooi verhaal", zeg ik, "maar heb je ontdekt dat er in jouw vertelling een nog veel geheimzinniger gebeurtenis schuil gaat?" En ik loop tegelijk naar het bord. Ik schrijf naast elkaar: slaan - slagen. Marianne heeft me meteen door. "Oh ja, de hond slög an en de hond slöt an. Kijk, mijn broer Herman slaagt voor zijn tentamen, met een -t achter de -g-; de hond slaat aan met een -t achter de -aa-, want in slaan zit geen -g-." Ik vraag Marianne dit nu eens toe te passen op 'ansloan' en 'slaagn'. Ze komt naar het bord. Ze schrijft 'hee slöt an' en 'hee slaagt'. "Dat lijkt niet veel op elkaar in het dialect", moet ze constateren, "maar toch kun je zien dat 'hee slög an' fout is", zegt ze. Dan grijp ik in met een lesje. Ik vertel dat slaan van oorsprong een Oudsaksisch woord is, dat geschreven werd als 'slahan', hoogstwaarschijnlijk uitgesproken als 'slagan'. Daarin wordt de -g- duidelijk gehoord. Pas honderden jaren na het gebruik van 'slahan' is in de vroege middeleeuwen 'slaen' ontstaan en daarna uit het voltooide deelwoord 'geslagen' het werkwoord slagen dat 'gelukken' betekent. De -g- is blijkbaar eerst verdwenen en daarna weergekeerd, tengevolge van een betekenisverandering. "Zo levend is nu taal", zeg ik.

Marianne zegt dat ze dit allemaal moeilijk volgen kan. "Ik geef toe, dat ik het zelf nauwelijks kan volgen", zeg ik. "Maar ik begrijp wel dat 'hee slög' van 'slahan' komt en 'hee slöt' van 'sloan'". Ik zeg dat ik eerlijk bekennen moet dat ik ook niet weet hoe de vormen 'slög' en 'slöt' naast elkaar zijn blijven voortbestaan. "Maar ik ben ervan overtuigd dat je niet zeggen kunt dat een van de beide vormen fout is".

"Dit is toch allemaal ook volkomen onbelangrijk", zegt Willemien. "Of een hond noe anslög of anslöt. As e ut möör dut! (Als hij het maar doet.) As het noe is een vremden was ewest dee fout wol, en hee sloeg neet an, dan had Marianne noe wel dood wèzen kunnen!" Die opmerking slaat nog eens aan. Allemaal kijken ze naar Marianne, die met een vuurrode kleur daar zit. Ik voel me niet lekker. "Za'k oe is wat vertellen, ik bin helemoale an-eslagen", zeg ik. Mijn stem klinkt hees. "Ik heb het gevoel dat de leerstof hier vanmiddag belangrijker was dan de leerling; sorry". Dan kijkt iedereen naar mij. Ik krijg een heerlijk gevoel, aangeslagen als ik ben. Dan gaat de bel.