Alverdan

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: donderdag 11 december 2008
Op de prachtig uitgevoerde omslag van het blad staat 'maart 1999 prijs fl. 12.50 - V E R D A N - Oaweriessel schrif'. Onderaan lees ik 'Blad veur Oaweriesselse Dialecten'. Natuurlijk heb ik dit blad al gelezen. Ik heb het in bezit sinds het streekboekenbal dat op een avond in maart in Nijverdal plaatsvond. Dat ik het nog eens in handen neem, komt door de titel 'Verdan'. Zelf gebruikte ik dat woord voor het eerst op een voettocht. Verdan, uitgesproken als 'vedan', had ik net gehoord van een Twent aan wie we de weg gevraagd hadden. "Dissen weg in en dan aait vedan", had hij wijzend geantwoord op mijn vraag hoe we naar Raalte kwamen. We liepen die weg in en we kwamen na uren in Raalte.

Na die gebeurtenis in de oorlogsjaren ben ikzelf ook altijd doorgegaan; ik kreeg de kans. Altijd verder ging mijn leven. De tijd stond niet stil. Het taalpad waar ik me op begaf, werd steeds breder, de valkuilen op die weg werden verraderlijker en dieper, maar de bruggen over de kloven werden meer en meer onderhouden. De Overijsselse schrijversbond ontstond onder de naam Schrieversbond Oaweriessel. Een nieuwe brug naar de lezers werd mede door die bond gebouwd. En zo goa we met zien allen verdan. En zo gaan we samen door. De IJsselacademie, het Van Deinse Instituut, de OBD en de bond waar ook ik lid van mag zijn, als schrijver dan.

'Verdan' is een mooie naam. Dat besef ik nu ik dat woord op zijn huidige 'verdiensten' bekijk. Ik ken in mijn dialect 'verdoon'. Dat betekent verbruiken. 'Dee wagen van oe zal wel een boel ölie verdoon'. Hij zal wel heel wat dieselolie verbruiken. 'Iej mot oew tied neet met dat nutteloze schrieven verdoon'. Je kunt je tijd beter doorbrengen dan met schrijven. Verdoon slaat in het algemeen op het verbruiken van energie. En daarom vind ik 'Verdan' een mooie naam voor een literair dialect-tijdschrift. Het kost veel inspanning, kracht, vindingrijkheid, fantasie de taal als schrijftaal en spreektaal te behouden. Die kracht vind ik in dit eerste nummer.

'Verdan' kijkt ook naar de verte; het kijkt tevens achterom. Van 'wöör komme wie vandan', vrög het 'hoe goa we verdan?' En zo kijkt het blad reeds uit naar het volgende nummer. Ik kijk mee. Taal is een deel van ons leven, maar voor mij geldt daarbij extra dat taal mijn bestaan is. Ik leef eruit. Tot voor een vijftiental jaren moest ik er zelfs van leven, letterlijk dan.

Ik kijk nog eens naar de titel. Om wille van de continuïteit had men dit blad 'Aaitverdan' kunnen noemen. Maar misschien vonden de samenstellers dat te Twents. Of is 'Altijdmaardoor' te absoluut? Dat laatste vind ikzelf. 'Alverdan' had ook nog gekund. Of is dat te veel Achterhoeks? 'Almaardoor' is toch niet zo absoluut als 'Altijdmaardoor'. Nee, 'Verdan', 'Doorgaan', 'Doordoen' is het mooist van de drie.

Ik kijk nog eens naar de indeling van het tijdschrift. Kleur en zwart-wit wisselen elkaar af bij de illustraties. De vormgeving is voortreffelijk. De indeling in verhalen, gedichten, reportages en artikelen is evenwichtig. Ik vind dat het geheel stilistisch op een hoog peil staat. "Ulie hebt het netjes edoan, meikes en jungeskes, en noe möör alverdan goan, alverdan ..., alverdan ..., as het kan, alverdan as het kan ... ". Zo kan immers het 'geprente' blijven als een prent voor wie nog komen. De toekomst is morgen heden, het heden morgen verleden. Maar een 'weerumme' is er niet. Alverdan, alverdan, alverdan. Waarom tranen nu mijn ogen?