Zwil

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
Voor ons loopt een man. Het is een forse kerel met een ribfluwelen broek aan. De ribbels zijn zo grof dat ik denk: "Hé, die man draagt nog een ouderwetse pilose broek". Pilo is, of was, een echt degelijke stof, waarvan werkkleding gemaakt werd. In het begin van deze eeuw werden voor de jongens de afgedankte pilo-kleren van de vaders vermaakt tot stevige broeken, die tegen een stootje konden. Het Duitse woord voor pilo schiet me ook te binnen - ik heb op de H.B.S. goed Duits gehad - : Zwilch. Mij is ook ooit verteld, ik denk door mijn vader, die zat in de textiel, dat Zwilch familie was van Zwilling, in het Nederlands tweeling. Zwilch zou 'tweelingdraad' betekenen. Pilo was, die denklijn volgend, van onder andere tweelingdraden vervaardigd, die loodrecht op het onderlaken stonden. Ik kan me daar nog steeds niet veel bij voorstellen. Zeker weet ik dat de ribbels in de broek van deze man de tweelingdraden zijn.We gaan de hoek om, de man loopt rechtdoor. Dan staat ineens Ali voor onze neus. Zij is een vriendin van mijn Ali, die we al heel lang kennen. Ze kent ook mijn beroep en mijn liefde voor onze eigen taal. Zij begrijpt dat: ze is een Drentse. We hebben het even over allerlei dagelijkse dingen. En natuurlijk praten we over mijn rubriek in de krant. "Weet jij wat een zwilkie is?" vraagt ze. Ik denk aan 'zwil' en heb daardoor niet zo gauw antwoord. In die stilte zegt ze: "Zo noemen ze bij ons een tafelzeiltje, met zo'n stroeve onderkant, van ruwe stof of zoiets". "O ja", zeg ik, want ik realiseer me plotseling dat ik niet aan 'zwil' maar aan 'zwilk' had moeten denken. Zwilk is de Nederlandse naam voor pilo. Het Drentse 'zwilkie' is dus blijkbaar een zeiltje, waar zwilk onder geplakt is, zodat het niet van de gladde tafel glijdt. Tegenwoordig zit er natuurlijk een rubberlaagje onder, maar de naam is gebleven.Als we een paar dagen later weer wandelen, komen we Lucas tegen. Hij was slagersknecht, toen ik een jongetje van een jaar of vijf was. Hij werkte toen bij onze slager. Als we zo met elkaar aan het praten zijn, schieten me ineens weer de woorden 'zwil' en 'zwilk' te binnen. Dat zwilk nog gebruikt wordt, weet ik, maar hoe zou dat met zwil zijn? Ik wil het Lucas niet vragen, want hij heeft al jaren niets meer met het slagersvak te maken. Ik kan het beter aan onze huidige slager vragen. En ik heb geluk. Als ik de volgende dag in de winkel kom, is de slager zelf bezig wat zwil van een stuk vlees te snijden. "Ma'k oe is wat vroagen? Of heb iej gin tied?" "Natuurlijk wel, ik kan wel antwoorden onder het werken deur". "Gebruukt iejluu het woord 'zwil' nog?" En de slager antwoordt dat dat wel degelijk het geval is. Hij geeft met zijn slagersmes aan, waar de stukjes pees zitten, die 'zwil' genoemd worden. Ik vraag of hij ook wel van 'zenen' spreekt. Dat blijkt inderdaad het geval. Dan zeg ik: "Zwil is ook eelt, want zwil komt van zwellen of zwelen, en eelt is gezwollen huid". Dan ga ik weer over in het dialect: "Noe zei mien moder altied, as zee het vette spek van het zwoerd lös sneej: "Jonge, wol iej het zwil graag hebben?" en dan kreeg ik het zwoerd. Zekt iejluu dat oke?" "Joa zeker", krijg ik ten antwoord.Dan koop ik twee bakjes magere spekjes voor de boerenkool die ik wil klaarmaken. Tevreden ga ik de winkel uit met mijn bakjes. Buiten haal ik ze even uit het zakje. Door het plastic kijk ik naar die lekkernijen. Zit er hier en daar niet een klein stukje zwil aan? Daar houd ik nog steeds van. Dan schiet ik in de lach. Veronderstel dat er stukjes zwilk aan zaten in plaats van zwil! Het is maar goed dat er alleen maar klankovereenkomst is tussen beide begrippen. De boerenkool zal me lekker smaken!