Zwieg

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
Voor mij ligt een leuk verhaaltje over de HSL. (Hoge-snelheidslijn). Het is van de hand van Jo Jurgens, die er een briefje bij gedaan heeft. In het laatste deel van dat schrijven staat: "Noe weet ik neet of mien geschrief wel geschikt is veur de krante, möör dät loa'k an Oew oordeel oaver". Het verhaal is wel degelijk geschikt voor de krant; ik zal het echter in het Nederlands moeten vertalen. Bovendien kan ik maar een gedeelte weergeven."... Volgens de berichten zijn ze nog aan het bekvechten over dat stuk van de HSL. dat 'strakjes' onder de grond komt te liggen of aan de oppervlakte zal blijven, om daar met een razende rotgang die paar overgebleven koeien de schrik op het lijf te jagen, waardoor ze misschien wel de gekke koeienziekte krijgen, je weet maar nooit. En wat zal er gebeuren als ons lage landje weer door een watersnood overvallen wordt? Dan kun je er donder op zeggen dat die HSL.-tunnel in tijd van een mum een soort ondergronds zwembad wordt. Dan heeft de natuur op zijn eigen wijze wraak genomen voor de vernielerij. Net goed!. ... Nu ik toch bezig ben met 'zwä'tkiekerieje' zie ik nog meer ellende aankomen in de privé-sfeer. Als de landmeters 'gangs goat' om het tracé uit te meten, wat kan er dan gebeuren? Stel 'dee luu bint an 't mèten op een boer zien land' en ze merken dat de HSL. door de wagenloods komt te lopen, wat dan? Omdat het fatsoenlijke landmeters zijn, waarschuwen ze de boer voor wat hem te wachten staat. De boer luistert maar met een half oor, want hij heeft zijn kop bij die roodbonte die kalven moet, en hij zegt: "Ulie doot mar wa'j neet loaten könt, mar ulie kriegt mien neet zo gek da'k iedere keer, as ter een trein ankump, de staldeuren lös goa doon; 't is mar dä'j 't weet"."Als ik dat laatste lees, zie ik Jo als boer met beide armen gespreid staan om de trein op te vangen en af te tikken. Dat komt waarschijnlijk, doordat Jo in het verleden nogal wat spelletjes genoteerd heeft voor het Deventer woordenboek, waarin die spelletjes inderdaad vermeld zijn. Een van die spelen is 'Zwieg', uitspreken met een korte -ie-; het heeft dus niets met zwijgen te maken. In dat woordenboek lees ik op pagina 115: 'Zwieg, zn., kinderspel (verouderd). De groep kinderen stond op de stoep en de tikker midden op straat. Als de tikker "Zwieg" riep, moesten de kinderen proberen aan de overkant te komen zonder getikt te worden. Lukte dat niet, dan moesten ze meehelpen om te tikken.'Er stond dus een 'trein' kinderen op de stoep. Dat was als het ware een boomstam, die zich bij het horen van "ZWIEG" razendsnel 'vertakte'. In het Middelnederlands is 'swijch' het woord voor 'tak'. In het Duits is dat 'Zweig'. 'Verzweigen' is vertakken. 'Swijch' wordt uitgesproken als 'zwieg'; enkel de spelling is veranderd. De tikkers bij 'zwieg' zullen zich nooit gerealiseerd hebben dat ze "(Ver)tak!" riepen bij dit spelletje. Ik weet niet of Jo Jurgens weet dat een zwieg een tak is; ik denk van wel, want hij is een kenner van het Deventers.'Zwieg' of 'twijg' is in het Oudhoogduits 'Zwig', Middelengels 'twigge'. Men denkt dat het afgeleid is van 'twee'. Oorspronkelijk betekent 'twijg' dan 'afsplitsing'. Als dit alles juist is, dan is 'Zwieg' een oer-oud kinderspel, waarvan de oorsprong niet te achterhalen is. De 'Haa-es-el' is er niets bij, zelfs niet met tunnels en vertakkingen om de boerderijen heen. En ... die moet nog komen. Maar ... aftikken laat die trein zichzelf niet meer, want het gaat niet meer om het spel, maar om de knikkers.Bedankt Jo, voor je verhaal met die boeren-moraal: En de boer, hij ploegde voort; gin tied um de staldeuren lös te doon.