Zwammen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
Met de fiets naar het herfstbos. Dan met Han en zijn vrouw, Dicky, paddestoelen zoeken en bekijken. We zijn met een mens of tien, allemaal leden van een gezelligheidsvereniging in ons dorp, die we gemakshalve 'soos' of 'sociëteit' noemen. "We boffen dit jaar", zegt Han, "want het weer heeft zodanig meegewerkt, dat we van de paddestoelen kunnen smullen". Dat vind ik dadelijk al mooi gezegd, want het betekent dat we ons in die wonderen, dat zijn paddestoelen immers, kunnen verlustigen, erin kunnen grasduinen, erin kunnen dalwen of dalven. Han bevestigt dat laatste door te zeggen dat we kriskras zullen wandelen en "spiegeltjes gereed houden". Als we wandelen, loopt Dicky soms wat vooruit, om 'voor te proeven'. Wij lopen met Han mee. De eerste paddestoel die we bekijken, is de krulzoomzwam. Han trekt zijn zakspiegeltje en knielt neer. Wat een passend ritueel! Hij toont ons de onderzijde van wat hij 'zwam' noemt. Het is een zogenaamde plaatjeszwam. Ik heb plotseling twee herinneringen: mijn lerares Duits zie ik de spons over het bord halen en ik hoor haar zeggen: "Schwamm darüber". En ik zie De Krulle voor me, in wiens patrouille ik zat  bij de padvinderij en met wie ik door ditzelfde bos dalfde om sporen te zoeken. Water en gips hadden we bij ons om de sporen van reeën, fazanten, konijnen en zo meer te 'vereeuwigen'. 'De Krulle'; hij was vlasblond en had een prachtige krullenkop. Toen wist ik nog niet dat wij hem met 'Krulle' een Middelnederlandse naam gegeven hadden; ook was mij niet bekend dat krullen familie was van kroezen, kroelen, rollen. Later bleek mij dat wij in dubbel opzicht De Krulle de juiste bijnaam gegeven hadden: Zijn haar was warrig, maar hijzelf ook. Hij sprong bij het praten van de hak op de tak, als sommige zwammen in een dode boom. Zijn verhalen waren als zwamvlokken - Han heeft het daar nu over - die als heksenkringen van zwammen begin noch einde kenden. Als hij begon te praten, daalde een stortvloed van woorden over me neer als druppels uit een spons die boven mijn hoofd uitgeknepen werd. "Schwamm darüber", zei de lerares. En zij haalde de natte Schwamm, swam, of spons over het bord; zij veegde alles weg. De ene mens neemt de spons en drukt hem over je uit, laat jou zwemmen in zijn woordenstroom. De andere mens haalt de spons over wat je gezegd hebt en wast het weg. Han is inmiddels met ons langs valse cantharellen, kastanjeboleten, Russula's, dennenmoorders gewandeld. Gek is dat, in mijn mijmeringen ontgaat me toch niets van wat hij ons vertelt, want terwijl hij nog eens het sponsachtige aan de onderzijde van een buisjeszwam toont, zie ik mezelf met een natuurspons in de handen staan. Een bijbehorend beeld is de duiker; hij duikt naar de bodem van de zee om de dierlijke sponzen in grote hoeveelheden naar boven te halen. En wij kijken naar de plantaardige 'swammen', die het organische materiaal omzetten en zo meewerken aan afbraak en opbouw in hun biotoop. Maar dat is me te ingewikkeld om er nu over na te denken. Ik moet met mijn gedachten niet afdwalen. Ik ben toch al ongemerkt met Dicky wat vooruitgelopen. Ik sta stil. Dan valt mijn oog op een grote vliegenzwam. Kabouter Spillebeen zie ik er in gedachten op zitten. 'Op een grote paddestoel, rood met witte stippen ... .' Bij 'pad' denken veel mensen in dit verband aan het kikvorsachtige dier. Ik niet. Ik denk aan het Friese 'poot', dat 'voet' betekent. Het Franse 'piédestal' is in het Nederlands 'voetstuk' of 'paddestoel'. Kabouter Spillebeen zit volgens mij op een voetstuk en niet op een stoel van een pad. Als hij zijn gatje maar niet nat krijgt bij het zittend uitknijpen van die spons. Nu ben ik aan het zwammen. Dus 'spunsken deroaver'.