Zoezebessem

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
’n Kleddeken Achterhooks. Het is ‘’n verzameling woorden en uutdrukkingen uut Lechtenvoorde, Harvele, Levele, Vraogender en ’t Zuwwent’. Het boek is samengesteld ‘deur H.J.A. Hulshof m.m.v A.H.G. Schaars’. De laatste is tegenwoordig doctor in de dialectologie. Ik noem het boek hier voluit, want aan de orde is een woord dat in Zieuwent is opgetekend. Het wordt genoemd op bladzijde 150. ‘Zoezebessem’ is dat woord. In het Nederlands zeggen wij ‘stofzuiger’. Ik kan dus constateren dat zoezebessem gerekend mag worden tot de ‘nieuwe’ woorden in ons Achterhoeks. Het moet in de twintigste eeuw ontstaan zijn, want de stofzuiger is echt uit mijn eigen tijd. Ik zou het woord niet behandelen, als het tot de zogenaamde grappige woorden in ons Plat zou behoren. Aan ‘pleeriezer’ voor ‘motorfiets’ heb ik bijvoorbeeld geen enkele behoefte dan alleen in sketches en dergelijke. Bij ‘bolleroete’ denk ik enkel aan een rijmpje: Ik zatte weer de hele oavend met mien snoete te kieken noar de  beelden  op de bolleroete. Ik zou me kunnen voorstellen dat ‘bolleroete’ in het Nedersaksisch opgenomen zou worden. Er zijn meer voorbeelden te noemen van dergelijke woorden. Het voert mij echter te ver die hier te noemen. Ik blijf maar bij de stofzuiger en bij het zuigend en suizend bezemen. Onze bezem, in het dialect beazem of bessem, is van Latijnse oorsprong. In het Latijn luidt het ‘fiscus’, wel een mooi woord. De eerste betekenis daarvan is ‘gevlochten mand’. Dat is wel een mooi beeld voor onze fiscus; die veegt immers onze gelden op en laat ze verdwijnen in een gevlochten mand. In het Oudfries is de bezem een ‘besma’, in het Oudsaksisch een ‘besmo’.De steel met veger aan de stofzuiger is niet meer dan een bezem; daarmee kun je de vloer ‘doon’. Ikzelf doe dat bij ons thuis. En als de borstel ‘uit’ staat, is de bezem compleet in werking. Van het gevlochten zijn van het vegende deel is niets meer te zien. Bovendien wordt een echte bezem niet gevlochten maar gebonden. Maar het beeld van de bezem blijft duidelijk in iedere stofzuiger. Zoezen of soezen is oostelijk dialect voor suizen. De uitspraak suzen en zuzen komt ook voor. Suizen, zacht ruisen, komt in het Latijn voor als ‘susurrare’, dat is fluisteren. In het Kerkslavisch bestaat ‘sysati’, fluiten. In het Middelnederlands komen we ‘susen’ tegen. Al deze woorden zijn gebaseerd op klanknabootsing. Dat vermoedt men. Ik geloof dat. Een zoezebessem is dus een fluitende fluisterende veger. In hoeverre het woorddeel zoezen te maken heeft met zoeger uit stofzoeger kan ik niet nagaan. Een vergaande klankgelijkheid zal bij de vorming van zoezebessem wel een rol gespeeld hebben.Het is jammer dat ik in spelling de lange oe in zoeeze niet kan laten horen! De zuiger zuigt er immers nog beter door - ‘zooeezebessem’ -  en het fluiten wordt nog hoger. Maar het is niet anders. Ik hoop dat het woord bij dialectgebruikers ingang heeft gevonden of zal vinden. Morgen moet ik weer stofzuigen. Vandaag is het donderdag. Als ik naar de meterkast loop om de stofzuiger eruit te halen, zal ik zeggen: “Ik zal eaven de zoeezebessem pakken, de vloere mot weer neudig edoan worden en de spinnewebben zit weer in alle hoken en gaten!” Hoewel, met spinnewebben ben ik tegenwoordig voorzichtig; spinnen houden immers mijn huis vrij van vele diertjes! Aan spinnen heb ik geen hekel. In tegendeel.Moet U nog stofzuigen? Succes met de zoezebessem.