Zoeptodde

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
Bij het aanrecht sta ik. Dat is een van de vele rechten die ik heb. De melk voor de koffie heb ik opstaan. Ik zet eigenlijk alleen koffie als mijn vrouw eens een dagje uit is, zoals nu. Ik kijk op mijn horloge. Tien uur. Neen, dan kunnen de plattelandsvrouwen nog niet ergens in Drenthe aan de koffie zitten. Plotseling een gesputter en gesis. De melk kookt over, Ik pak snel de pan van de fornuisplaat, draai de knop naar nul. Te laat. De witte plaat met de vier zwarte kookplaten is nog witter dan wit en een branderige stank komt me in de neus. Gelukkig zit er nog genoeg melk in de pan om in mijn beker met koffie te gieten. Zo, dat is tenminste een lekkere koffie verkeerd. Mooie Duitse term eigenlijk, koffie verkeerd. Verkehren is omdraaien. Gewoonlijk drinken wij veel koffie met weinig of geen melk. Ali en ik 'verkeren' dat. 't Kan verkeren, is al door Bredero in de Zeventiende Eeuw gezegd. Wij nemen weinig koffie en gieten daar een sloot kokende melk op: één koffie verkeerd voor elk van ons.Zo, de witte plaat is wat afgekoeld. Gelukkig is er een nieuwe keukenrol voor me klaargezet, want ons middagmaal maak ik meestal gereed; daarbij mors ik nog weleens wat nats. Ik maak meteen maar een soort zuigdoek van vijf lagen dik. Die leg ik op de plaat. De doek slurpt de melk bijna schoon op. "Wat een zoeptodde!" roep ik. Dan pas realiseer ik me watvoor beeld ik gebruikt heb. Feitelijk is dit geen beeld; het is geen vergelijking! Hier komt het beeld van de zoeptodde vandaan!Ik zijg op een keukenstoel. Mijn moeder zie ik oude lappen bij elkaar zoeken, ook gescheurde en versleten kleren. "Wat een todden en vodden, wat een lompen!" roept ze. Bij mijn studie leer ik later dat todden inderdaad waardeloze oude lappen en oude kleren zijn, vodden dus. Oorspronkelijk was een tod een plukje haar, later een 'fotse' of een vod. Volgens mij zijn dot en tod van dezelfde oorsprong en zij moeten beide komen van het Oudhoogduitse 'zotto', vod of pluk (haar). Maar om die 'geleerdigheid' gaat het me nu niet. Deze papieren todde heeft gezopen, gedronken, opgezogen. Het is dus letterlijk een 'zoeptodde'.Dan zie ik Moeder voor me met mijn zusje aan de borst. Die kleine baby zuigt en drinkt dat het een lust is; ik sta erbij te kijken. "Vin' iej het mooi jonge. Wat een lekker töddeken hè? Ik mot haer de andere börste oke möör geev'n, 't is mien zon zoeptodde!" Dat waren dus de vergelijkende beelden geweest, töddeken en zoeptodde. Zuigelingen drinken als gulzige lappen.Ik begrijp nu ook, waarom mijn moeder een drinkebroer een 'zoeplappe' noemde en geen 'zoeptodde'. Die zoeptodde had in haar oren een lieflijke klank. Als geheelonthouder hoorde zij in zoeplappe heel wat anders!Zo, nu eerst mijn koffie drinken. Als ik in de Zeventiende Eeuw geleefd had, zou ik mijn drinken 'gezopen' hebben. Zuipen had toen geen negatieve klank. In veel dialecten is 'zoepen, zoap, zoapen, (g)ezoapen(e)' nog heel gewoon. "Kom, wie goat wat te zoepen halen". "Hee zup nooit te völle". Trouwens, daar denk ik ineens aan 'Koek en Zopie'. Op het ijs heb ik er vaak een zien staan, zo'n kraampje waar warme dranken gezopen kunnen worden. De koek en andere dingen die ge'kook't en gebakken zijn, snert bijvoorbeeld, worden er met graagte in de vrieskou genuttigd.Wat een gedachten. Ik zal maar aan het werk gaan. Eerst de kookplaat van het fornuis schoon maken. De stank zal dan ook wel minder worden. Straks neem ik nog wel een beker koffie. Zo'n zoeptodde ben ik nu ook weer niet. Toch ben ik blij dat ik het woord vanmorgen spontaan vallen liet, het leeft nog!