Wruchten

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
Juli 1937, denk ik. Ik heb net 'grote vakantie' gekregen. Ik speel met vriendjes aan de IJssel. Bertus Hoogers is met zijn punter bezig. De door de zon uitgedroogde boot ligt in het gras op de wal. Ik ga er naar toe. Kijken. "Wat bi'j an 't doon, Bettus?" "Ik bin met werk bezig". "Dat zee ik oke weh!" Bertus laat mij het 'werk' zien. Het is uitgeplozen haarachtig touw. Hij draait het tot een strengetje, pakt een soort priem en hij drukt daarmee het 'werk' in een naad in de bodem van zijn punter. "A'k alle noaden van mien schuutjen kloar hebbe, schoef ik het beutjen de plompe in. De noaden bint dan nog nieet dichte, de boot löp vol met water en deur de nattigheid zet de boademplanken uut. Dan is e perfekt waterdichte". Hij vertelt erbij dat er altijd een laagje water in de punter moet blijven staan, want de bodem moet nat blijven. Daarom ligt er een vlondertje overheen.Zeven jaar later, 1944. Als schooljongen word ik gedwongen voor de Duitsers te werken. Palen moet ik de grond in slaan met een grote tuurhamer, een hamer om hekpalen met kracht in de bodem te werken. Vlechtwerk moet er tussendoor gedraaid, gewerkt worden. Er werkt een man bij ons, in de buurt van Markelo door de Duitsers opgepakt. Ik denk dat hij boer is, aan zijn vereelte handen te zien. "Dit is noe echt 'vruchten'", zegt hij onder het werk. Ik kijk hem niet begrijpend aan. Hij herhaalt het woord: "Vruchten". Hij legt mij uit dat 'vruchten' in zijn dialect 'afrasteren' betekent. Een weiland kan gevrucht worden. Wij zijn dus bezig een smalle gang te 'vruchten' naar de heuvel waarin het hol gegraven is waar de Duitse soldaten zich in kunnen verschuilen.Bijna twintig jaar later, 1963. In september van dat jaar betrekken wij, Ali en ik met ons gezin, ons nieuwe huis. Er is geen vaste trap naar de zolder. Die laten we een paar jaar later inbouwen. De timmerman die ermee bezig is, zegt: "Dat holt van dee balken zal neet goan 'werken'; het is grenen en goed in'ewaterd". Ik begrijp wat hij bedoelt. Er zullen geen 'verdraaiingen', scheuren, verkrommingen in dit hout optreden. Ik ben blij met die opmerkingen van de timmerman.Werk, werken, vruchten heb ik zo ervaren als woorden waar een stam inzit die draaien, wringen betekent: wrek. Aan de ontwikkeling van die stam tot woorden met een verschillende inhoud hebben heel veel generaties taalgebruikers, enkel door waarnemingen tijdens de arbeid deel gehad. 'Wrech' werd zo wrechten, wrachten, wruchten, vruchten. De eersten die omheiningen wrochten, deden dat immers op de vlechtende, draaiende manier. Gaandeweg werden hekwerken anders, maar een terrein afrasteren bleef in veel Nedersaksische dialecten 'wruchten'. Doordat  men de geschiedenis van wruchten niet meer kende, werd het met V gespeld. 'Wrec' werd door omkering 'werk'. Werk hield het draaiende element in zich. Zo is het een bodemafdichter geworden. Men kan zijn scheepje dus werken. Maar hout kan ook zichzelf verdraaien. Dan zit    er werking in.Volgens mij is werk in de betekenis van arbeid een bijzondere betekenis van werken, wringen en draaien; niet omgekeerd. Dat laatste willen mensen die het weten kunnen mij altijd doen geloven. Werken is volgens mij oorspronkelijk van dezelfde stam als 'werren', warren of draaien. Een dichter in de Gouden Eeuw schreef: De wereld wert ... . Ik zal het ook wel mis hebben, maakt niet uit. Zeker is het dat ik wil pleiten voor de spelling 'wruchten' van het woord dat afrasteren betekent, een mooi woord in het Plat dat ikzelf blijf gebruiken.