Wreuten

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
Een in rood linnen gebonden boek houd ik in de hand: Jan de Hartog Omnibus. Ik heb het al jaren. De verhalen erin ken ik uit mijn hoofd: Het Huis met de handen (1934), Gods Geuzen (1947), De Kleine Ark (1953), De Inspecteur (1961). Zo maar vier zie ik er op de keerzijde van de titelpagina staan. Stuk voor stuk tonen ze gebeurtenissen die recht voor zijn raap door deze 'wrijter' van werkelijkheidsliteratuur verteld worden; verhalen voor onder de kerstboom dus. Ze gaan over blijdschap en droefenis, over 'wrede' of pijnlijke zaken. Strijd, lijdzaamheid en verzoening worden zichtbaar gemaakt door een gelovige harde werker, een 'wroeter' of een 'wreuter', zoals de Achterhoeker een mens noemt die zijn hele leven keihard ge'werk't of ge'wrekt' of ge'wrikt' heeft. Zo'n werker als De Hartog heeft alles uit zichzelf ge'wrong'en; hij heeft in zijn leven het een en ander ge'wrocht'. Of zoals Engelsen zeggen: "He has many things 'wrought' in his life". Hoe kan ik hem, Jan de Hartog, tegen het eind van 1996 beter eren dan voor mijn lezers 'wrijten' of 'wrieten', zoals de Middeleeuwer zei, te bespreken?Ik pak een kladje. De vraag 'Waarom noem ik hem eigenlijk een 'wrijter'?' noteer ik. Het antwoord weet ik: De Hartog schreef na zijn 'verbanning' uit het Nederlandse literatuurwereldje eerst enige lectuur onder de naam F.R. Eckmar, ofwel 'verrekmar', Die detective-verhalen gingen er bij de lezers in als deventerkoek. Toen besloot hij in het Engels te gaan schrijven. Een 'writer' werd hij. En dat woord is verwant met het Nederlandse 'wrijter'. Wrijten is draaien. Doet men dat met een pen op papier dan wrijt men niet alleen, men schrijft ook, en nog wel schoonschrift. Draaien is dikwijls ook wringen of wrikken. Dat gaat met veel kracht gepaard. Schrijven kost veel energie. Ik heb al eens aan mijn lezers verteld dat 'wrijten' negentig procent transpiratie is en maar tien procent inspiratie. Zo'n schrijver is Jan de Hartog. Hard werken is 'wreed'. Dat woord moet oorspronkelijk de verleden tijd van 'wrijten' zijn, want wie in het Nedersaksische taalgebied hard werkt "hef een wreed bestoan". Ook 'wrocht' is met 'wrijten' verwant. Het moet de sterke verleden tijd van 'wringen' geweest zijn; 'bracht' is immers nog steeds de verleden tijd van 'brengen' en 'dacht' van 'denken'. Als ik dat zo beschrijf, zal het mijn lezers al wel duizelen, maar ze moeten dit keer maar door de zure appel heen bijten en heel wreed voor zichzelf zijn. 'Wringen' is synoniem met 'wrikken', 'wrekken', 'wreken'. Die woorden hebben door hun verwantschap nog altijd een geweldige betekenis-overeenkomst. En nu naar de duidelijke familierelatie met 'werken'. Daar moet ik het verhaal van die aannemer maar bij vertellen. Die man werd geroepen bij een woning, waarin de zolderbalken allerlei gebreken gingen vertonen; er kwamen scheuren in, ze trokken krom, er brak aan alle zijden hars uit alsof de balken bloedden. De aannemer stond er naar te kijken en zei: "Dat holt was nog neet uut-ewerkt, toen ze het gingen bewerken". Het hout was dus niet uitgewrikt of -gedraaid, toen er balken van gewrocht werden.Ik overzie mijn aantekeningen. De onrijpheid van De Hartog, zijn nooit aflatende ijver, zijn warrelende inspiratie, zijn gegrepenheid door het lijden van anderen, zijn grote schrijverschap, alles zit erin. Neen, één zaak heb ik nog vergeten. Weer zie ik hem zitten met zijn pendel, dat puntige gewichtje aan een touwtje. Dat was op de televisie, al weer een paar jaar geleden. De verticaal hangende pendel ging cirkels beschrijven; hij ging draaien, wreken, werken. Hij schreef. Wat eigenlijk? De toekomst? Jan de Hartog geloofde in dat beschrijven.Genoeg. Ik ga de toetsen bedienen; titel 'WREUTEN'