Wöskes

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009

Tarwemeel, weitenmèèl. Het wordt in heel wat etenswaren verwerkt. Daar ben ik niet achter gekomen door alles te lezen wat op de voedselverpakkingen staat, maar door de gluten. Wat dat zijn, weet ik helemaal niet, maar ze zitten in onder andere tarwemeel en ik heb me laten vertellen dat je er een glutenallergie van krijgen kunt. En ik ken een paar mensen met zo’n allergie. Die kregen regelmatig borstklachten: benauwdheid, hoesten, kortademigheid. Nu ze geen gluten meer krijgen, ze mogen bepaalde voeding niet hebben, zijn de klachten zo goed als over. Een van de ingrediënten die zij niet mogen innemen, is tarwemeel.

 

Een mens met een glutenallergie schrikt, als hij ontdekt in welke etenswaren tarwemeel verwerkt is. Ik ga me dat lekkere eten niet allemaal voor de geest halen, want dan loopt het water me in de mond. Ik noem enkel een voorbeeld: worst. Ik heb ontdekt dat in knakworstjes tarwemeel zit. Iemand met glutenallergie moet ze niet eten. Die kan er veel last van krijgen. Maar ik heb nog een ontdekking gedaan: in bepaalde merken knakworstjes, knakwöskes, zit geen tarwemeel. En … ze knakken ook nog. Er is dus hoop voor de grage eters die geen gluten verdragen kunnen, want bij goed zoeken zijn er lekkere dingen te vinden zonder tarwemeel. Ze kunnen dus met allerlei etenspartijen rustig meedoen! Maar leuk is het niet, een glutenallergie te hebben! En dan schiet me ineens wat anders te binnen.

 

Jaren geleden heb ik aan een opleiding voor huishoudleraressen gewerkt. Het was een landbouwopleiding. In de slachtmaand werd er op die school geslacht. Er werd ook verse worst gemaakt. Ik sta ineens weer bij het worstdraaien, het worststoppen. ‘Worst’ komt van een woord, ‘werken’ of ‘wrochten’, dat draaien betekent. ‘Worden’ is daar ook familie van. Een van de leraressen legt uit waar ‘worstenhoorntje’ vandaan komt. Dat is een trechter waar het gemalen vlees, gedraaide vlees, door geperst wordt in de worstendarm. Dat wosteheurntjen werd vroeger gemaakt van een koehoorn, vandaar de naam. Later werden ze van metaal gemaakt en nog later van kunststof. Ik zie nog de ‘wostepinnen’. Dat waren pennetjes waarmee de worst aan het uiteinde dicht gestoken werd. De lerares laat die pennen zien en leert de aanstaande lerares ermee werken. Ze vertelt erbij dat er speciaal ‘wostepinnenholt’ is, namelijk de lange doorn van de sleedoorn. Op dat moment ben ik me er heel erg van bewust dat deze opleiding heel gedegen is, maar … erg ouderwets!

 

“Wos met pinnen, doa kui’j dalijk an beginnen”, zei ik vroeger tegen een vriendje die iets onmogelijks van me verwachtte. “Kuijkie, durf iej diee bakkeie deur de roete van dat onbewoonbaer verklöörde huus te gooien?” “Joawel”. Maar ik deed het niet. Bij aandringen en uitlokken van zo’n daad kwam de angst voor het spaanse rietje van mijn vader naar boven. Dus, wos met pinnen, doa kui’j dalijk an beginnen. En ik deed het niet. Tegenwoordig kennen de kinderen zulke overwegingen minder, want wie het spaanse rietje op de billen van zijn nakomelingen laat springen, wordt geacht zijn kinderen te mishandelen. Het zal mien wos wèèn, wat de mensen ervan denken, ik vind het rietje een goed opvoedingsmiddel. Natuurlijk, ik houd in de opvoeding de kinderen ook liever ‘wöskes’ voor de neus, maar ik laat ze daar niet alleen aan ruiken! Als beloning krijgen ze die om te eten, mits die wöskes glutenvrij zijn  en de worstpinnetjes verwijderd zijn. Dat is immers het ongeluk van deze tijd. De jongeren wordt van alles voorgehouden wat hun mogelijkheden betreft, maar hoe vaak komen de jongeren bedrogen uit. Worst met pinnen, daar mogen zij dan aan beginnen. Geef ze ‘wöskes dee glutenvriej bint en dee nog knakt!”