Wille

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
"Des Menschen Wille ist sein Himmelreich", denk ik, als wij, mijn vrouw en ik, op die zonnige dag in Deventer op De Worp op de fiets stappen om mee te doen met de Veluwse Fietsdag. De mens zijn lust is de mens zijn leven. Daarmee is meteen de betekenis van 'Wille' duidelijk. Wille, in ons Plat, betekent lust, genot, genoegen, plezier. Wij kennen uitdrukkingen als: 'Ik hoape da'j der völle wille van hebt', 'Hee dut ieder mense altied de wille', 'Wa'k wille, doo ik met wille'.Vroeger woonde er bij ons in de buurt een man, 'diee al heel jonk binnen was'. Hij had dus al op jonge leeftijd zijn schaapjes op het droge. Hij hoefde niet meer te werken. Als de mensen hem vroegen waar hij toch van leefde, zei hij: "Ik lève stille", daarmee aangevend dat hij rentenierde. Hij had een kleine plezierboot, wij noemden dat altijd 'zien jachtjen'. De naam van dat scheepje weet ik niet meer, maar zou deze rentenier vandaag nog geleefd hebben, ik zou hem zeggen, dat 'Stille Wille' dan een heel geschikte naam was. Heel kort is dan immers uitgedrukt het met genoegen varen op een renteniersbootje.In Twello nemen we op het VVV-kantoor de  routebeschrijving in ontvangst. Die geeft aan dat  we een tochtje gaan maken van ruim dertig kilometer, een afstand die we 'with a will' zullen rijden, zoals de Engelsen zeggen. Met 'with a will' drukt de Engelse mens niet alleen uit dat hij of zij het met veel genoegen doet, maar tevens uit alle macht, volledig naar het kunnen. Die macht hebben we op het eerste gedeelte, richting Terwolde, wel nodig, want de wind zit wat in de noordhoek en die bries hebben we schuin voor; laveren kan men op de fiets niet. "Hier, moet je kijken", zegt Ali. Ik kijk naar links en lees de naam: "Stille Wille". Ik kan natuurlijk slechts raden waarom juist dat huis "Stille Wille" heet, om het zeker te weten zou ik het de bewoners moeten vragen. Dat doe ik niet. We fietsen door. Door Terwolde gaat het, over de Bandijk en de Lage Steenweg, over de dijk, over de Worp tot aan het pontje, tegenover de Deventer Toren. Daar zetten we onze fietsen op de standaard en wij gaan rusten op een bank. Als ik zit, denk ik aan de bundel "Thuus, verhalen uit heel Overijssel". Het titelverhaal "Thuus" heb ik geschreven. Ik weet letterlijk hoe het begint. "Mien opoefietse zette ik tegen de donkerbrune rugleuning van de nieje banke. Hee is echt van mien opoe ewest, diee fietse, in de stad ekocht toen as opoe veertig wordden, een echte 'Burgers E.N.R.', jawel, in de stad zelf emaakt ... ." Ik vertel in dat verhaal dat ik op de bank ga zitten met het gezicht naar de toren. De bank uit het verhaal is de bank waar ik nu op zit. Ook nu zit ik er met 'völle wille': "De 'Pèperbusse' beheerst het schilderieje van het zunnige glinsterende water van de Iesel met het nöör de Welle oavervärende puntjen ... ."We eten en drinken wat. Dan fietsen we langs de Bolwerksweg naar Wilp, met een grote omweg over de Wilpse Klei, de Grote Klei en de Kleine Klei, wat mijn vrouw altijd zegt, zij kwam heel veel in Wilp. Haar grootouders van moeders zijde woonden er en veel ooms en tantes, neefjes en nichtjes. Dan gaat het weer naar Twello, over Duistervoorde. Daar drinken we koffie, met wille, want het is lekkere koffie en het tweede kopje is voor deze gelegenheid gratis. Bovendien heet dit nog maar pas geopende restaurant in de vier seizoenen open te zijn. Binnen mogen we even een kijkje nemen. Het ademt een rustieke sfeer. Ik ben er met völle wille, ik voel me er thuis. "Ik betale hier met wille", zeg ik. De mevrouw die ons geholpen heeft, lacht. Dan rijden we naar het eindpunt. Na vijfendertig kilometer hebben we ons vaantje met wille verdiend.