Wieme

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
De dagen zijn weer gewoon in het nieuwe 'jöörduzend'. Ik ben bezig met mijn werk. Ik heb in de afgelopen tijd genoeg inspiratie opgedaan om aan mijn computer nieuwe ontwikkelingen te proberen voor mijn eigen stukjesbakkerij en  -opbergerij, waardoor    ik alle platte uitingen beter kan afleveren en kan bewaren. Misschien hebben mensen er later nog wat aan.Bij het ordenen van alle onderdelen vind ik een neerslag van een vakantie, die Ali  en ik kort na mijn kuurperiode in Helderen, Hellendoorn, dicht bij het toenmalige sanatorium doorgebracht hebben. Het gaat over het bezoek aan een oude boerderij.Als ik mijn aantekeningen van toen bekijk, sta ik weer in die oude boerenstee. De boerderij is geen boerenhoeve, maar ook geen keutergedoetje. Goed onderhouden is hij wel. Een makelaar leidt net een paar mensen rond. Ik zie dat er best wat van te maken is, en ... toeristisch gezien ligt hij heel gunstig voor het pottenbakkerspaar dat rondgeleid wordt.Als wij in de grote woonkeuken komen, zien wij dat die nog helemaal in de oude staat is gehandhaafd. Zelfs de wimme is aan de zolder nog te zien: een stukje tenen vlechtwerk zit om een ruimte, waarin een ronde stok dwars ligt, waar het spek, de ham of hesp, de worst kunnen hangen.Op het moment dat wij er met plezier naar staan te kijken, word ik op de schouder getikt. Ik kijk om; het breed lachende gezicht van de kruidenier bij wie we logeren, zit aan de tikkende vinger vast. Ik weet niet wat ik zeggen moet. Maar de kruidenier wel: "Wol iej dit boerderietien ook koop'n? Het steet mien ook wel an. Het is wat rumer as ons eigen bedrief en wiej könt hier zo onze zaak uutbouwen, zoodoonde. En dan diee mooie Wieme; door kunne wiej zoo onze achterhammen an hangen"."An hangen, in hangen zui'j menen. In een wimme hang iej oew dreuge geroakte spullen"."Het is mar wa'j de wieme neumt. Wieme betekent feitelijk vlechtwerk. Ze gavven der in vroggere tieden tevens de ruumte mee an, woarin heerlijkheden van de slacht kurkdreuge konden worden vort'ehangen". Ik moet lachen bij deze laatste woorden.   Dan is het beeld van bijna vijftig jaar geleden even weg. Ik weet nu dat wieme komt van het Latijnse 'vimen', dat 'vlechtwerk' betekent. In Duitsland, meteen over de grens, heette vroeger de twijg of de tak, die overdwars tussen twee zolderbalken aangebracht was, de 'wieme'. Daar hing je de spullen niet in maar aan de wieme. In onze streken is de wieme de ruimte in de schoorsteen, waar de vleesprodukten opgehangen kunnen  worden en dat heeft met vlechtwerk niets meer 'van doon'. Dan luister ik verder,  staande in de woonkeuken van de boerderij. "Ik denke dat bie het opknappen van disse schoorsteen een keerl betrokken is ewest, diee wol loaten zieen, dat hee wis' wat wieme oorspronkelijk betekenden, want dit lik nergens op. Mar 't is tenminsten eprobeerd.       Ik ziee wel is vaker van diee knullige restauraties"."Iej zult het wel weten. Iej hebt der meer verstand van as mien". We zien de pottenbakkers overleggen met de makelaar. Horen kunnen wij niets. Uit de gebaren van beide partijen maken we echter op dat het contact op zijn minst voortgezet zal worden. Onze kruidenier is inmiddels al verdwenen; die heeft het blijkbaar wel gezien. Als we op ons logeeradres komen, kijkt hij ons wel nieuwsgierig aan, maar  wij zeggen niets.Jaren later stellen we vast dat hij nog altijd daar woont.