Wiedbeens

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zondag 21 juni 2009
Aandachtig luister ik naar het verhaal over de man, bet-overgrootvader van de verteller, die in de Napoleontische tijd de Kozakken in de omgeving van Epse en Gorssel letterlijk het bos in stuurde. Het is een mooi verhaal, omdat het in mijn eigen taal verteld wordt alleen al. Af en toe maak ik dan ook een kleine aantekening; een woord of een uitdrukking schrijf ik op. Mensen die om me heen zitten, denken altijd dat ik beroepshalve allerlei zaken noteer, maar dat is niet zo. Ik wil altijd de 'dieepte' van een woord of een gezegde weten. Dat zit in me. Ik noteer uit een zin van de spreker. Het is het woord 'beschree': "Dommerholt beschree zien peerd". Ik weet nu uit het zinsverband dat Dommerholt 'schrijlings' op zijn paard gaat zitten, dat wil zeggen met aan iedere flank van het dier een been. Achter 'beschree' zet ik dan ook dadelijk het gelijkwaardige woord in mijn dialect en dat is 'wiedbeens', met een -r- in gedachten achter de -ee-, voor de juiste uitspraak. Ik noteer door tot het verhaal uit is. Het blijkt historisch te zijn.Als ik naar huis fiets, komt me met knetterende knalpot een motorfiets achterop. Hij raast me voorbij. De jonge knul erop zit in amazone-zit, wat niet zo verstandig is. Het lijkt wel stoer trouwens. Ik zie nu plotseling een veel minder stoer beeld voor me, Koningin-Moeder Emma in amazone-zit te paard, vriendelijk kijkend door haar kleine bril. Ze kijkt ook vastberaden. Amazone komt bij mijn weten uit een Semitisch woord, dat 'de sterke' of iets dergelijks betekent. Ik herinner me dat Koningin Emma ook een amazone draagt op die foto of dat schilderij. Ik zie dat lange kleed nog keurig over de rug van haar paard gedrapeerd, netjes geplooid.Even verder is een lange kerel in zijn tuin bezig. Hij graaft een brede sleuf, waar hij 'beschrejen' of 'beschrene' boven staat. Ik stap af. Ik vind dat hij het zichzelf nodeloos moeilijk maakt en ... zijn lichaam vernielt. "Iej mot der nieet zoo wiedbeens boaven goan stoan; zet noe een been in de gleuve of nog bèteder allebeide, want iej vernieelt oew rugge", zeg ik. "Gelooft U", antwoordt de man. "Als ik zo schrijlings sta, heb ik nergens last van, hoor. Ik vind het wel goede gymnastiek. Ik denk trouwens dat ik klaar ben. Ik zal de sleuf eens even beschrijden". Zijn taal klinkt deftig en Middeleeuws. 'Beschriden' was toen al met grote stappen een bepaalde afstand doorlopen. Een schrede was de lengtemaat ter grootte van zo'n stap, ongeveer een meter dus. De man loopt met grote stappen langs zijn greppel. "Ongeveer vijftien meter", zegt hij tegen me, "lang zat". Dat vind ik vreemd, dat hij "zat' zegt. Het past niet bij zijn keurige standaard-Nederlands.We praten nog even met elkaar en ik waag het hem naar dat "zat" te vragen. Hij slaat zijn armen over elkaar en hij gaat wijdbeens voor me staan: "Dach' iej meschiens da'k gin dialect konne". Hij vertelt dat hij vanaf zijn "jonkheid", vanaf zijn geboorte, "jonk eworden" is, opgegroeid is, enkel met een dialect als taal. Op de lagere school heeft hij Nederlands als vreemde taal moeten leren. Dat heeft hem aanvankelijk zijn dialect doen haten. "Zoo bunt der meer as ikke." Hij zegt dat in de loop van zijn leven de haat veranderd is in een haat-liefde verhouding: "Ik heure mien dialect graag, mar ik proate nieet vake meer plat. En ik durve wiedbeens, heur iej goed, wiedbeens, te verkondigen, dat olders hun kinder op de eerste plaatse in het Nederlands groot mot brengen, anders komt ze een boel tekört!"Even heb ik de aandrang daar verder wijdbeens met hem op in te gaan, Maar ik neem afscheid, terwijl ik mijn fiets beschrijd. Wat een rijke morgen! "En de zunne beschrit wiedbeens de hemel".