Wichters

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 20 juni 2009
Zondagmorgen. Wij krijgen al vroeg bezoek. Vrienden op doorreis willen even bij ons aan komen. Zoiets stellen we altijd op prijs. Alleen loopt Ali haar ontbijt op bed mis, want daarvoor moeten we er te vroeg uit.Om tien uur rijdt de wagen van mijn Drentse vriend, Jan, voor. Margje en hij stappen vief uit. Die kunnen zich nog gemakkelijk bewegen! Ikzelf ben al heel wat strammer. Maar ja, Jan is wat kleiner dan ik, heeft niet zoveel gewicht mee te dragen. En waarschijnlijk beweegt hij in het algemeen wat meer dan ik. Ik heb een nogal zittend bestaan."Ik roeke de koffie al, Ali", zegt Jan, en Margje geeft ons een bos bloemen. Even later zitten we gezellig in de kamer in de morgenzon 'gewoon' met elkaar te praten. 'Gewoon' praten noemt Jan het praten in onze moedertaal, het dialect. Hij spreekt een Drentse variant van het Nedersaksisch, ik een Gelders-Overijsselse. Zo kunnen wij heerijk gewoon met elkaar praten. En waar praten we dan over? Over alle onderwerpen die met ons gewone leven te maken hebben. Zo ook nu. Het gaat over ons voorbije leraarschap. Wij zijn allebei gepensioneerd leraar. Het aardige is het verschil in onze disciplines. Hij onderwees autotechniek, ik taaltechniek. En dat is het mooie, heel verschillende technieken onderwijzen met dezelfde onderwijstechniek. Motto: Goed onderwijs organiseert voor zijn leerlingen een ontdekkingsreis!"Hoe ging dat noe bie oew wichter?" vraagt Jan. Hij weet dat ik kleuterleidsters opgeleid heb. En dan loopt ons gesprek ineens anders. We krijgen het over 'jonges' en 'wichter'. Jongens zijn jongens en wichter zijn meisjes. Maar wichter is als verzamelnaam voor 'kinderen' tevens bekend. Een wicht of een wichien is een meisje, maar een wicht kan ook een jongen zijn. "Bie ons zekt ze trouwens ook wichter tegen een pruumpien", zegt Jan. Dat hoor ik voor het eerst van mijn leven. Ik herinner me wel vaag 'wichter' of een afleiding eens ergens te hebben zien staan.Daarna loopt het gesprek zijn normale slingerpad langs het leraarschap.Als Margje en Jan vertrokken zijn, kan ik het niet laten onder de kop 'wichters' door te denken. Waar heb ik het woord of een woordstam eruit eerder gezien? Gehoord heb ik het voor het eerst nu, tenminste in de betekenis 'kleine pruimen'. Ik kom tot de conclusie dat ik eerst in woordenboeken moet zoeken, die veel plattelandstermen bevatten. Ik denk in de eerste plaats aan het prachtige 'Woordenboek van het dialekt van Epe' door A. van den Bremen-Van Vemde en L. van den Bremen met een inleiding van Prof. Dr. H. Entjes. Ik zoek ... en het blijkt een schot in de roos: Bladzijde 199, rechterkolom, zevende woord: WICHTERTIEN... Exemplaar van een klein soort pruim. Het meervoud blijkt 'wichterties' te zijn. De afleiding uit het verleden is niet zo moeilijk. Een wicht is iets kleins, iets van weinig gewicht, iets dwergachtigs, iets nietigs. Een nietig kroospruimpje is een wichter of wichtertien. Natuurlijk wordt het woord zelden in het enkelvoud gebruikt. Je eet wichters of wichterties, je eet ze en niet hem of haar. De Van den Bremen's omschrijven het ook zo mooi: exemplaar van ... . Je ziet de pruimpjes gewoon bij elkaar in een schaal liggen! In gedachten zie ik Margje en Jan als wichters uit hun wagen rollen, want zij hebben de wichters toch maar mijn huiskamer ingerold. Daar zal ik voortaan aan denken, als ik pruimen eet. En aan Bertus en Aaltje natuurlijk, die mij in hun woordenboek zo netjes de wichterties hebben gepresenteerd. Mede dank zij hen gaan alle bomen met wichterties de volgende eeuw in!