Wendezoele

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 20 juni 2009
We kamperen in Delden. In de 'Toeristische Informatiegids' van Stad en Ambt Delden lezen we: 'Wendezoele. In deze Saksische boerderij aan de Twickelerlaan is de museumboerderij 'Wendezoele' ondergebracht. Op een zorgvuldige manier zijn hier allerlei werktuigen samengebracht, die ons een idee geven hoe in het Twente van tussen-de-twee wereldoorlogen op het land werd gewerkt en hoe men leefde'.De Wendezoele is een actieve boerderij met koeien, varkens en kippen. Er wordt gezaaid en geoogst en deze activiteiten zijn er speciaal voor het publiek."Waar zou die naam 'Wendezoele' vandaan komen?" vraag ik me hardop af. "Zou het te maken hebben met zonnewende en de oele, ule, uil van het oelengat?" "Verzin nu maar geen onzin", zegt mijn vrouw. "Je vraagt het maar, als we daar zijn, want Gerda gaat er met ons naartoe." Gerda is een nicht van mijn vrouw uit Hengelo.De volgende dag zijn we er, op Wendezoele. In de wagenschuur is ook de kassa. De toegangsprijs is heel laag. Wendezoele draait bijna volledig op vrijwilligers, die de Twentse tradities hoog, en de Twentse taal in ere houden. Dat is te zien aan de paal midden op het erf, waar bordjes de richting aangeven: Delle (deel), Iemenschoer (bijenstal), Spieker (voorraadschuur), Kokhoes (kook- of bakhuis). Als we op de deel komen, vraag ik meteen aan iemand van de vrijwilligers wat nu feitelijk een wendezoele is. "Dat ka'k oe noe wa' zegg'n, mar iej könt better in de spieker kiek'n goan; doa stit de wendezoele", krijg ik ten antwoord. -Dat kan ik nu wel vertellen, maar U kunt beter even in de spieker gaan kijken, want daar staat de wendezoele-. Omdat we toch een kopje koffie willen drinken, gaan we naar de spieker, die als een oude gelagkamer is ingericht. Bovendien is ook daar van alles tentoongesteld. "En daar staat hij", zegt de man, die uitleg geven gaat over de 'Wendezoele'. De uitleg gaat gepaard met een video-voorstelling. In werkelijkheid en ook nog eens op het scherm zien we een wendezoele. Hij lijkt op een galg. De spreker wijst op de staande ronde zuil, die hij 'zoele' noemt in het Twents. Bovenaan de zoele zit een dwarsstang, die het geheel op een galg doet lijken. Aan het losse uiteinde van die stang hangt een ijzeren lang blad met tanden, waaraan men een kookpot op verschillende hoogten boven het vuur kan hangen. Dat ijzeren blad heet hangiezer of haaliezer. "Let op", zegt de man. Hij pakt het haalijzer zo hoog mogelijk beet en trek de kookpot naar zich toe, weg boven het denkbeeldige haardvuur. De zoele draait, dreit, wendt zich om zijn eigen as. Als hij genoeg gewend is, kan de man gemakkelijk en ongevaarlijk bij de inhoud van de pot. Een wendezoele, een zuil of zoele die in de grond staat en die men wenden of draaien kan. Dat moet je inderdaad gezien hebben, dit woord. Vaak zeg ik dat je taal niet moet horen, niet moet lezen, maar dat je taal moet voelen en of zien. Alles heeft zijn voorstelling. De combinatie van voorstellingen leidt tot begrip.Het bezoek aan Wendezoele is voor mij een feest, want ik kom met meer dingen in aanraking, die ik niet kende.Een week later zijn we thuis. Mijn vrouw zit te lezen. "Hier, moet je eens kijken", zegt ze. Ze geeft me een boek aan, opengeslagen. Het is een passage over een Twentse boerderij, ik meen in het begin van deze eeuw. 'Wendezoele' lees ik in de eerste zin. Ik kijk naar de titel van het boek: 'Rijpe aren, stille spoelen' door K. Jassies. Was die niet ooit directeur van de Deventer Schouwburg? Wat een toeval! Hij mocht jaren geleden de Overijsselse bevolking taal op het toneel laten zien, zoals die vrijwilligers ons het schouwtoneel uit voorbije jaren mogen tonen. Wendezoele!