Weme

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 20 juni 2009

De eerste elektronische post die vandaag op mijn bureau valt is van de heer Van den Bremen. Ik mag hem Bertus noemen en dat vind ik fijn. Als altijd heeft hij ook mijn stukje over ‘Wieme’ goed gelezen. Hij meldt mij dat in zijn geboortestreek de wimme naast de schoorsteen was en niet erin! Ik gooi meteen een antwoord de wereld over en ik bedank hem voor zijn aanvulling. Dan realiseer ik me dat het gemakkelijk voor veel lezers zou zijn dat zij mijn elekpostadres zouden kennen. Ik moet dat maar eens even vermelden. Dat doe ik onmiddellijk: zonder punt of komma achter nl …  .

Dan schiet me plotseling te binnen dat ik in de legende over het Stenen Kruis op de Eikelhof een woord ben tegengekomen dat ik voor het laatst gezien en gehoord heb in 1960. Toen studeerde ik  Nederlands. Dat woord was 'weem'. Ik kwam het tegen in een vertaling die ik maken moest. Natuurlijk greep ik mijn ‘Verdam’, Middelnederlandsch Handwoordenboek, en daar vond ik … . Ja, wat vond ik daar eigenlijk? Ik pieker mezelf suf, maar ik vind in mijn achterbrein slechts de helft van het antwoord, gewoon omdat ik het weet uit die legende over die moord in de late Middeleeuwen op de Eikelhof. Het echte oude Oost-Nederlandse woord voor pastorie is ‘weme’. In de weem, weme, wedem, bevindt zich een kleedkamer waar de priester de gewaden heeft hangen die hij dragen moet: gerwekamer of gerfkamer. In de middeleeuwen werd die sacristie ‘gerwecamere’ genoemd.

 

Nu grijp ik weer mijn ‘Verdam’. Ik ben zo kwaad op mezelf dat ik “Verdam” hardop zeg. Het klinkt als een vloek en ik ben meteen kalm. En dat is maar goed ook! Want weer blijkt eens hoe dom ik ben! Ik had wedem in verband moeten brengen met ‘weduwe’. Dan had ik geweten wat ik nu vind: wedeme, wedem, wedom, we(e)me. Hetgeen de bruigom bij het huwelijk aan de bruid in eigendom geeft, bruidschat.

De wedemebrief blijkt een akte te zijn waarin aan een bruid de bruidschat wordt toegekend. Wedemen, een bruidschat toekennen, is het werkwoord dat van wedeme is afgeleid. Het verband met weem in de betekenis van pastorie is duidelijk. In het oorspronkelijke christelijke geloof was Christus de Bruidegom, die voor de mensheid een Bruidschat had, die via de pastorieën door de priesters aan de gelovigen geschonken worden mocht. Opgevoed door mijn ouders, die leefden uit dat geloof, hoewel protestant, had ik dat allemaal toch moeten weten! Dat is mijn domheid!

 

Voor vandaag moet ik stoppen. Ik moet nog naar de stad. En ik val weer met mijn neus in de wedemsuikers. Er komt bij het Stadhuis een jong bruidspaar naar buiten. Beide mensen lachen vrolijk. Een stoet gasten komt er achteraan. Snippers en rijst worden gestrooid. Mag dat wel? Foto’s worden gemaakt. Ik hoop dat zij er maar lang pleizier van mogen hebben! Veel huwelijken lopen immers al snel op de klippen, om het beeld van het huwelijksbootje maar eens te gebruiken. Zou het helpen als bruid en bruidegom weten zouden dat het Oudfriese ‘wetma’ bruidgave betekent, dat dus het huwelijk een kwestie is van geven? Ik weet het niet. Misschien is het maar goed dat men in het huwelijk niet gehinderd wordt door enige kennis op ‘wedemgebied’.

 

Ik wandel de stad in. Langs een aantal kerken kom ik. Katholieke en Protestantse. Ze hebben een lang en bewogen verleden achter zich. De namen ‘weem’ en ‘gerwekamer’ of ’gerfkamer’ zijn door de meeste mensen reeds lang vergeten. Wat zou ik graag willen dat ze in onze streektaal terugkwamen. Helaas heb ik het niet voor het zeggen … . Of eigenlijk is het ook maar beter zo! Niets aan de taalgebruiker opdringen. Iedereen zijn eigen keuzes laten maken. Ik ben immers ook vrij in mijn doen en laten. Toch neem ik me voor te pas en te onpas weme en gerfkamer te gebruiken, om te horen: “Wat zeg iej noe weer … ?”