Wedde

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 20 juni 2009
Aan de rand van de zo'n drie jaar geleden aangelegde tuin sta ik, in het Groninger zeekleigebied. De tuin heeft vier zijden. De zijde aan mijn voeten is vrij kort, ik schat acht meter, de overzijde, een vijfendertig meter 'noa Stad tou', is ongeveer dertig meter lang. De tuin heeft twee rechte hoeken en twee scheve. Er is dus een lange schuine zijde. Aan die kant loopt een sloot. De grens met het weiland ernaast loopt midden door de lengterichting van de sloot. Langs de lange rechthoekszijde van voor naar achter zijn zo'n anderhalf jaar geleden op regelmatige afstanden wilgentenen in de blauwe klei gestoken. Die hebben zich ontwikkeld tot struiken, die een haag vormen op de scheiding met de buurtuin. Een tegelpad loopt in de lengterichting door de hof, links is moestuin, rechts tot aan de wilgen, siertuin met gazon, waarop een schommel voor de kinderen. Wat een passende tuin in dit vlakke landschap, met al die wilgen. En daardoor ook een geweldige 'taaltuin'.De eigenaar van de tuin is de wilgen aan het snoeien. De lange tenen of twijgen vallen zachtjes neer. "Dee wedden bint neet meer te redden, ik wete zeker dat hee der gin manden van geet vlechten", zeg ik halfluid. Dan denk ik aan de 'willows' in Engeland, waar de 'twigs', twijgen, of 'withes', wedden, af gesnoeid worden. Ja, withes wordt daar uitgesproken als widdes; het zijn dezelfde tenen of twijgen als de Achterhoekse wedden. Niet alleen biologisch zijn de wilgen in Germaanse landen verwant. "Hoe zit het dan met het Duits? Dat past ook nauwkeurig in deze taaltuin. Een 'Weide' is een wilg, een 'Weidenzweig' of 'Weidenrute' is een wilgentwijg of wilgenroede". En als ik "...Duits..." denk, sta ik weer in de Wilpse klei gedwongen loopgraven te graven. En ik denk: "Wilp, Wilpe, Wilpa, Wilgiapa, wilgenplaats". Het is zomaar een gedachte. Onzin natuurlijk. Maar toch ... .Raar vind ik dat het Duitse Weide de hele wilg is, het Achterhoekse, Nedersaksische wee of wede, wedde, de wilgentwijg. Is dat wel zo vreemd? De hele boom is een twijg geworden. En uit een in de grond gestoken twijg groeit weer een hele boom. Misschien staken de mensen een wede in de grond en zeiden later trots tegen iemand, staande bij de volwassen wilg: "Hier staat nu mijn wede" - "Und jetzt steht hier meine Weide". De vraag blijft gewoon: Wat was er eerder, de kip of het ei? En die vraag kan niet door ons, wel door de schepping beantwoord worden; die spreekt echter in levensdaden, niet in woorden, ook al staat er geschreven: In den beginne was het Woord. Ik blijf dus steken in het Wonder. En zo vind ik het goed.De tuinman is klaar met het snoeien van zijn boompjeshaag, die nu minder op struikgewas of wede lijkt, zoals de middeleeuwse mens wel zei. Hij komt op me toe. "En hoe vind je mijn tuin nu?" "Mooi". Ik antwoord naar waarheid. "Hoe groot is dat stuk grond feitelijk?" vraag ik dan, op de tuin wijzend. "Zo'n zevenhonderd vierkante meter". Ik reken snel na:  dertig plus acht, maal een half is negentien. Negentien keer vijfendertig is zeshonderd en vijfenzestig. "Ik heb aardig goed geschat".  "Hoezo?" Ik leg uit hoe ik de oppervlakte van deze trapeziumtuin berekend heb. "Maar eigenlijk moeten we het met een wedde of wede nameten", zeg ik. Ik krijg vragende blikken. "Bij jou hier sta ik in een taaltuin; een wilgenteen is een wedde, wee of wede; een wede is mede een streng of een touw. Met een touw meet je iets gemakkelijk. Zodoende". "Jij altijd met je Nedersaksisch; je wordt nog eens een Nedersaks". "Ben ik al, en jij ook. Je tuin ligt op Nedersaksisch grondgebied. En jij staat in wat toch wel een stukje natuur is. Je bent een genaturaliseerde Nedersaksische wedde", lach ik.