Was

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009
We staan met de caravan op de camping 'Lido' in Luzern. De wagens van de ANWB-reis moeten allemaal dicht bij elkaar staan, want ook de camping heeft wateroverlast gehad. We mogen de auto's niet op het gras parkeren; de drassige ondergrond kan ernstig beschadigd worden en we lopen kans dat we onze voertuigen niet meer uit de modder krijgen. Het Vierwoudstreken-meer is overstroomd geweest, constateren we. Op bewoonde plaatsen langs de oever zijn als in Nederland langs de rivieren op de kades in de steden rijen zakken met zand gestapeld. Dat zien we als onze gids met ons de binnenstad van Luzern bekijkt. In de straten zien we hier en daar schotten voor de ingangen van de huizen gespijkerd en geschroefd tot veertig centimeter boven het plaveisel. Ik waan me aan de IJssel. Ik heb plotseling als tienjarig jongetje mijn laarzen aan. Voorzichtig loop ik langs de huismuren, het water tot boven de enkels. Mijn voeten worden koud. Ik merk dat mijn voeten nat worden. Mijn laarzen zijn dus lek. Daarom heeft de buurjongen ze aan mij weggegeven. Grijnzend staat hij op het droge gedeelte.Er woonde een man in onze stad, die nauwkeurig wist te berekenen of de mensen hun meubels een verdieping hoger moesten sjouwen. "Der is in Keulen een was van viefenveertig centimeter; het kump hier op de Wörp oaver twee dagen de huzen an de diekkante in! Sleppen!" Gezinnen gingen boven wonen of vertrokken tijdelijk naar familie, soms met de roeiboot.Als het water steeg, was het 'was', daalde het water, dan was het 'val'. Het wassende water en het vallende water. Luisterend naar onze gids, die het over de uitzonderlijke waterhoogte van het meer heeft, realiseer ik me dat ik al jaren niet meer hoor: "Het water wast" voor stijgend water en "Het water valt" voor dalend water. Wassen is immers groeien, in hoeveelheid toenemen, vallen  is dalen of omlaag gaan. Zouden de Zwitsers hier zeggen "Das Wasser wächst" en "Das Wasser fällt"? Of drukken zij dat anders uit. Ik durf het onze gids niet te vragen. Mensen in onze groep zouden kunnen zeggen: "Daar is hij weer met zijn taal!"Voor de radio hoor ik tegenwoordig bij de waterstanden enkel nog maar plus en min. IJsselkop 2.45 ..., plus 7. De mensen praten altijd over 'het water stijgt' en 'het water daalt'. Ik ben zeker ouderwets. En dan denk ik ineens aan de wasseldoek, vaatdoek, nog dikwijls uitgesproken in onze dialecten als 'waskeldoek'. Dat is de doek die men bij wassen, afwassen, afwasken, afwasschen gebruikt. Het grondwoord, heb ik van mijn leermeester onthouden, is 'wasch'. Dat is hetzelfde woord als 'water'. Afwassen doe je immers met water! Met het wassen van het water ligt dat anders: wassen is ontstaan uit het Oudsaksische 'wahsan', uit te spreken als wachsen. In het Nedersaksisch wordt het nog wel uitgesproken als 'waksen'. Wat een verschil in betekenis geeft hier de spelling te zien: waksen is groeien of aanwassen, wasken is reinigen met water. Bij de spelling 'wassen' voor beide betekenissen kan ik slechts in het zinsverband opmaken of groeien of reinigen bedoeld wordt!Waksen, groeien dus, wordt volgens kenners in het Oudindisch gevonden als 'vaksayati'; dat betekent 'hij doet groeien'. Het komt dus van een heel andere stam als 'wasken'. Dat heeft immers dezelfde basis als water. Dan moet ik lachen. Taalgeschiedenis is toch overal hetzelfde, ook wat water en groei betreft. Het fenomeen Taal reist altijd met de mens mee, of hij nu staat aan een meer waar de Aare doorstroomt, die uitmondt in de Rijn of dat hij staat aan de IJssel, die zich aftakt van de Rijn. De gedachten over was en val kunnen even rein blijven. En ik luister weer!