Waerdoe!

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009

Dicht langs de huizen loop ik. Ik kan oversteken naar de andere kant van de straat, maar daar is het ene grote modderboel. Bouwrijp maken van gebieden levert geen begaanbare paden op, dat blijkt ook hier weer. Enkel vlak langs de woningen gaan kan verhinderen dat ik in de blubber steken blijf. Ik vraag me intussen wel af wat ik hier zoek. Ik ben van huis gegaan met de gedachte een flink eind te gaan fietsen zonder doel, fietsen om het fietsen, trappen in de zon, voor de wind en er tegenin, kijken in buurtschappen en dorpen, genieten van de schoonheid van Salland. Straks zal ik de IJssel oversteken naar de Veluwezoom, ik heb de tijd. Ik heb me vast gereden in de beekklei van dit nieuwe bouwplan. Weerom gaan wil ik niet. Ik worstel me met de fiets aan twee handen langs de steenwand voort. Dan … . “Waerdoe!” Ik doe een sprong opzij. Ik kletter over mijn fiets in een steenhoop. Ik kijk naar boven. Een verschrikte kop van een bouwer. Een afgezaagd stuk dik betonijzer is langs de gevel omlaag gestort. “Iej mot mien moa neet kwoalijk nemmen, iej verwocht hier gin mensen”, zegt de geschrokken kop. “Good of-elopen, mennechien?” Ik probeer op te staan. Het gaat met enige moeite, mijn rug en mijn heup … . “Geet wel, ik kan wel wieder as de fietse niks mankeert!” roep ik. Het stuur en de koplamp staan wat scheef. Dat is snel verholpen. Ik zwaai naar de hoogstaande man met een “Bedankt veur oew waerdoe”. Ik worstel verder, met pijn, bemodderd en stoffig.

 

Ik had wel dood kunnen zijn. Als die man nu eens niet geroepen had dat ik mij in veiligheid moest brengen … ? Dat ik bescherming zoeken moest, dat ik … ? Als ik ‘Waerdoe’ niet begrepen had? Als ik geen Oostnederlands begrepen had … ? Dan hoor ik weer de geschrokken stem van de man daarboven. En ik begrijp dat zijn ‘Waert oe’ door zijn gevoelens voornamelijk mij zo deed reageren als ik deed. ‘Er dreigt direct gevaar’, dat lag in deze gevoelsuitdrukking. Iemand die helemaal geen plat kende, passief noch actief, zou zeer waarschijnlijk gereageerd hebben als ik. Zeer waarschijnlijk? Vast en zeker!

Zo, ik kan weer opstappen, een glad fietspad ligt voor me.

 

Zich waren, opletten, oppassen voor, acht geven, zich beschermen, erbij zijn. Jong heb ik al die betekenissen goed moeten leren van dit oude Saksische woord. Waar je voor dit, waar je voor dat, waar je voor die, waar je voor deze ... ./ Doe je dat niet, je hebt het gehad; dat zal het eind van je leven weze’ … ./ Ik weet niet meer precies wanneer ik deze regels bedacht, maar in de oorlog zei ik ze regelmatig in gedachten, als een lesje van mijn vader, die mij het “Waerdoe toch, jonge” leerde. Dat waren in het Oudsaksisch ‘waron’ luidt, wist ik niet; dat het Middelnederlandse ‘ware’, ‘waer’ hoede en zorg inhoudt, wist ik niet; dat ‘warei’, uit te spreken als ‘warie’, behoedzaam betekent, ik wist het niet. Het Latijnse ‘vereri’, vrezen, ontzag hebben, kende ik niet. Enkel wist ik dat ik acht op mezelf moest slaan, dat als er iets als de dood te vrezen was, ik me moest ‘waren’, dat ik dan heel behoedzaam en voorzichtig bezig moest gaan, dat ik daarmee ook ten opzichte van anderen goed handelde. "Waerdoe! Brengt diee luu neet onneudig in gevöör!”… Wat een associatie meer dan vijfenvijftig jaar na de oorlog bij die schreeuw van die hooggezeten bouwvakker. Inderdaad, het was geen roep van de man, het was een angstschreeuw. Hij moet in gedachten beleefd hebben wat niet geschiedde, … een dode daar beneden door een stuk vallend betonijzer. En hij gruwde daarvan! Als mijn blik trouwens meer omhoog gericht geweest was, had ik op die plek misschien het smalle pad verlaten, en was ik in de modder gaan lopen. Hoe het ook zij, gered werd ik in ieder geval door “Waerdoe!” en mijn reactie daarop.