Vrange

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009

Op die boerderij werd toen nog met de hand gewassen. Ik stond er als jongetje bij te kijken. Een wringer werd niet gebruikt. De meid gebruikte haar stevige knuisten aan de gespierde armen als draaiers om de witte lakens in elkaar te draaien als staalkabels, zodat het water er afdroop. Op die manier werd de nattigheid eruit gewrongen. Ik leerde daar ook een andere verleden tijd van wringen. “zee’st wel, ik wrange ’t woater der zoo oet”, zei ze. Wrange in plaats van wronge kende ik niet. Pas veel later leerde ik dat wrong en wrang nu juist tot die verschillende vormen behoren, die ons ons plat van een ander dialect leren onderscheiden. En dat vond ik mooi.

 

In de oorlog werd er veel gestroopt. Mijn vader deed daar niet aan mee. Ik weet niet wat hem weerhield van het extra vlees uit de natuur halen! Tegen de Duitsers mocht toch alles. En je moest immers leven. Mijn vader was, denk ik, gewoon bang dat zijn vele kinderen, zeven, zijn voorbeeld zouden volgen. En als ze gesnapt werden, wat dan? Hij vond er wat op. Hij ging konijnen houden. Vlaamse reuzen. Die naam deed mij altijd denken aan de vrijheidsheld van de Vlamingen: De Leeuw van Vlaanderen. Dat was ook een reus. Die wrong of wrang zich in de strijd overal door! Net als een wild konijn. Maar dan niet ondergronds. Hij werkte niet in het verborgene aan zijn gangen en holen. Hij trok openlijk ten strijde. Hij viel aan! Het konijn zoekt de geborgenheid, want het is geen held. Het graaft zijn gangen naar zijn hol. Het wringt zich door de aarde. Niet voor niets heet de konijnengang een ‘vrang’ of ‘wrang’ in het Nedersaksisch. In een aantal streken wordt zelfs het hol ‘wrang’ genoemd.

 

Wie echt wringt en draait met zijn wieken door de bodem is de weule, de mol. De beide namen spreken voor zich: weule is familie van woelen, draaien in bed bijvoorbeeld, mol is verwant aan malen, wat eveneens draaien betekent. Geen wonder dat in onze mooie taal een mollengang een ‘wrange’ of ‘vrange’ genoemd wordt. Wringen heeft heel wat gebaard, als ik tenminste aanneem, dat het allemaal met een werkwoord begonnen is! En dat is allerminst zeker.

Overigens denk ik plotseling aan die zure appel, ‘diee mien de bek deej dreien en saamntrekkn, toen ik erin beet. ‘Wat ’n zoer kreng’, dacht ik. Ik kon mijn aandacht niet meer bij de wringende meid houden! ‘Wrange’ in de betekenis van zo zuur dat je mond vertrekt, ja ook dat heeft te maken met wringen.

 

Wringen – wrong – wrang – wrongen – gewrongen. En ik zie plotseling de prachtige wrongen op het hoofd van een meisje. In elkaar gevlochten en gedraaide bundels haar. Kastanjebruin. Schitterend. Wrongen hebben natuurlijk al bestaan toen de Saksen nog spraken van ‘wringan’, wat persen betekende. Of zij wrongen wrongen noemden weet ik niet, misschien wel ‘wrangan’. Ik zal met dat vermoeden niet ver van de waarheid zijn. ‘Wrench’ is wrang in het Engels, ‘wruggo’ in het Gotisch. Een ‘wruggo’ is een strik. En daarmee zijn we weer bij de stroperij. De strik zit om het halsje van het konijntje gewrongen. Het diertje is gewurgd. Het zal nooit meer door de lopen van zijn hol de veiligheid in vluchten. Het is uit. En ik weet weer waarom mijn vader in de oorlog niet wilde stropen. Hij wilde ook toen niet dat dieren als beesten aan hun einde kwamen! Hij was een lieve man. Hij wees ons de wrangen waarlangs wij veilig gaan konden bovendien en hij zag de strikken die de vijand zette! En zulke eigenschappen verzin jezelf niet; die zitten in de mens.

Dan loop ik plotseling door een wijde wrange, als Elsje in het Wonderlijke Land. Aan het eind van de tunnel gloort licht!